hypothese
zelfstandig naamwoord ˌhipoˈtezəBetekenis
- veronderstelling die nog niet bewijzen|bewezen is
Hoe spreek je hypothese uit?
/ˌhipoˈtezə/
Hypothese bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| i | riet |
| p | pak |
| o | boot |
| t | tak |
| e | veel |
| z | zon |
| ə | de |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- veronderstelling of aanname waar je van uitgaat, zonder dat je zeker weet dat die juist is
- hypothese, beredeneerde verklaring voor waarnemingen die door toekomstige waarnemingen zou kunnen worden weerlegd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hypothesen | meervoud |
| hypotheses | meervoud |
Herkomst
van Frans hypothèse, in de betekenis van ‘nog te bewijzen stelling’ voor het eerst aangetroffen in 1568
Woordfamilie van hypothese
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hypothesen | meervoud | hypothese |
| hypotheses | meervoud | hypothese |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hypothese zijn vastgelegd.