trapeze
zelfstandig naamwoord /trɑˈpezə/Betekenis
- een zweefrek voor acrobaat|acrobaten
- een hulpmiddel voor het buiten boord hangen om een zeilboot in balans te houden
- trapezium
Hoe spreek je trapeze uit?
/trɑˈpezə/
Trapeze bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| p | pak |
| e | veel |
| z | zon |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een zweefrek voor acrobaten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trapezes | meervoud |
| trapezetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| trapezetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zweefrek’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1874
Woordfamilie van trapeze
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trapezes | meervoud | trapeze |
| trapezetje | verkleinwoord | trapeze |
| trapezetjes | verkleinwoord meervoud | trapeze |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trapeze zijn vastgelegd.