hink-stap-sprong
zelfstandig naamwoord ˈhɪŋkstɑpsprɔŋBetekenis
- een atletiekonderdeel waarbij men na een aanloop afzet met het rechterbeen, neerkomt op de rechtervoet daarna een stap maakt en neerkomt op de linkervoet om daarna een sprong te maken waarbij men op beide benen neerkomt; de afstand van de eerste afzet tot de laatste landing is bepalend voor de uitslag (NB als men afzet met het linkerbeen moet men links en rechts omwisselen in bovengenoemde beschrijving)
Hoe spreek je hink-stap-sprong uit?
/ˈhɪŋkstɑpsprɔŋ/
Hink-stap-sprong bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| s | sok |
| t | tak |
| ɑ | bad |
| p | pak |
| r | rood |
| ɔ | bot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hink-stap-sprongen | meervoud |
Herkomst
(samenkoppeling) van hink, stap en sprong
Woordfamilie van hink-stap-sprong
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hink-stap-sprongen | meervoud | hink-stap-sprong |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hink-stap-sprong zijn vastgelegd.