Naar de inhoud

harken

met een hark bijeenbrengen

harken is meer dan één woord

harken

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈhɑrkə(n)

Betekenis

  1. met een hark bijeenbrengen

Hoe spreek je harken uit?

/ˈhɑrkən/

Harken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈhɑrkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
h hoed
ɑ bad
r rood
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van harken

harkenhele werkwoord — harkteverleden tijd enkelvoud — harktenverleden tijd meervoud — geharktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hark harkte
jij harkt harkte
hij, zij, het harkt harkte
wij harken harkten
jullie harken harkten
zij harken harkten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geharkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geharkt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geharkt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geharkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geharkt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geharkt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geharkt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geharkt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geharkt verleden tijd, deelwoord
geharkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geharkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geharkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geharkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geharkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geharkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geharkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geharkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geharkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hark gebiedende wijs
harke aanvoegende wijs
harkend onvoltooid, deelwoord
harkte verleden tijd
heb geharkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geharkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geharkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geharkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geharkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geharkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geharkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geharkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te harken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geharkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen harken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geharkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geharkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geharkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal harken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal harken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal harken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geharkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geharkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geharkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou harken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou harken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou harken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geharkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geharkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geharkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden harken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden harken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden harken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geharkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt harken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geharkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geharkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geharkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen harken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen harken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen harken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen harken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geharkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult harken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord hark

Herkomst

afgeleid van hark met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van harken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geharkt voltooid deelwoord harken
geharkte woordvorm harken
harke aanvoegende wijs harken
harkend onvoltooid deelwoord harken
harkende woordvorm harken
harkt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon harken
harkte verleden tijd harken
harkten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon harken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van harken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over harken

Hoe spreek ik harken uit?
Zo spreek je harken uit: /ˈhɑrkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van harken?
Harken is een werkwoord. De betekenis is: met een hark bijeenbrengen.
Hoe vervoeg ik harken?
Zo vervoeg je harken zo: de tegenwoordige tijd is hark, de verleden tijd is harkte en het voltooid deelwoord is geharkt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op harken?

Harken rijmt op 7 woorden op -arken; denemarken, varken en scharrelvarken bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op harken, uitspraak ˈhɑrkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
denemarken 4
varken 2
scharrelvarken 4
stekelvarken 4
lunaparken 4
vrouwtjesvarken 4
wandelparken 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord harken is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. A 1
  3. R 2
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

harken levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. A 1
  3. R 2
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 zonder bonus
  8. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

harken telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

harken in het kort

harken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van harken staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort harken bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

harken: met een hark bijeenbrengen
Deel harken — standaardnederlands.nl