Naar de inhoud

grazen

het eten van gras en andere bodemvegetatie zoals bijvoorbeeld runderen dit doen

grazen

werkwoord /'χrazə(n)/

Betekenis

  1. het eten van gras en andere bodemvegetatie zoals bijvoorbeeld runderen dit doen

Hoe spreek je grazen uit?

/ˈxrazən/

Grazen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈxrazən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
x acht
r rood
a maan
z zon
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. het eten van gras en andere bodemvegetatie, zoals runderen dit doen unergative

Vervoeging van grazen

grazenhele werkwoord — graasdeverleden tijd enkelvoud — graasdenverleden tijd meervoud — gegraasdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik graas graasde
jij graast graasde
hij, zij, het graast graasde
wij grazen graasden
jullie grazen graasden
zij grazen graasden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gegraasd verleden tijd, deelwoord
gegraasd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegraasd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
graas gebiedende wijs
graasde verleden tijd
graze aanvoegende wijs
grazend onvoltooid, deelwoord
had gegraasd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegraasd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegraasd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegraasd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegraasd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegraasd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegraasd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegraasd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegraasd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegraasd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegraasd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegraasd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegraasd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegraasd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegraasd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te grazen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegraasd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen grazen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gegraasd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegraasd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegraasd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal grazen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal grazen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal grazen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gegraasd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegraasd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegraasd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou grazen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou grazen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou grazen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gegraasd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegraasd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegraasd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden grazen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden grazen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden grazen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gegraasd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt grazen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gegraasd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegraasd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegraasd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen grazen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen grazen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen grazen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen grazen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gegraasd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult grazen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘gras eten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1401

Woordfamilie van grazen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gegraasd voltooid deelwoord grazen
graas gebiedende wijs grazen
graasde verleden tijd grazen
graasden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon grazen
graast aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon grazen
graze aanvoegende wijs grazen
grazend onvoltooid deelwoord grazen
grazende woordvorm grazen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grazen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over grazen

Hoe spreek je grazen uit?
De uitspraak van grazen is: /'χrazə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent grazen?
Grazen is een werkwoord. Het woord betekent: het eten van gras en andere bodemvegetatie zoals bijvoorbeeld runderen dit doen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je grazen?
Je vervoegt grazen als volgt: de tegenwoordige tijd is graas, de verleden tijd is graasde en het voltooid deelwoord is gegraasd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op grazen?

Er staan 13 woorden in dit woordenboek die op grazen rijmen, waaronder blazen, glazen en kazen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op grazen, uitspraak ˈxrazən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
blazen 2
glazen 2
kazen 2
omblazen 3
aangeblazen 4
analoogkazen 5
bullebakbazen 5
hazen 2
kalfshazen 4
klaverenazen 5
laccasen 3
lazen 2
opgeblazen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord grazen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. R 2
  3. A 1
  4. Z 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

grazen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. R 2
  3. A 1
  4. Z 5
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 zonder bonus
  8. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

grazen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

grazen in het kort

grazen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van grazen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort grazen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

grazen: het eten van gras en andere bodemvegetatie zoals bijvoorbeeld runderen dit doen
Deel grazen — standaardnederlands.nl