Naar de inhoud

goochelen

het uitvoeren van effecten die verbazing wekken van omstaanders

goochelen

werkwoord

Betekenis

  1. het uitvoeren van effecten die verbazing wekken van omstaanders
  2. snel en verwarring wekkend omgaan met informatie met als doel dat de betrokkenen het niet meer kunnen begrijpen of het zelfs verkeerd begrijpen; iemand voor de mal houden

werkwoord

  1. het uitvoeren van bepaalde illusionistische effecten die voor toeschouwers niet te begrijpen zijn unergative
  2. doelbewust zodanig met bepaalde informatie omgaan dat de zaken verkeerd worden voorgesteld of voor de betrokkenen niet meer goed te begrijpen zijn figuratively, pejorative

Vervoeging van goochelen

goochelenhele werkwoord — goocheldeverleden tijd enkelvoud — goocheldenverleden tijd meervoud — gegoocheldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik goochel goochelde
jij goochelt goochelde
hij, zij, het goochelt goochelde
wij goochelen goochelden
jullie goochelen goochelden
zij goochelen goochelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gegoocheld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gegoocheld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gegoocheld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gegoocheld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gegoocheld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gegoocheld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gegoocheld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gegoocheld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gegoocheld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gegoocheld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gegoocheld verleden tijd, deelwoord
gegoocheld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gegoocheld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gegoocheld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegoocheld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegoocheld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegoocheld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gegoocheld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gegoocheld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gegoocheld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gegoocheld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
goochel gebiedende wijs
goochelde verleden tijd
goochele aanvoegende wijs
goochelend onvoltooid, deelwoord
had gegoocheld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegoocheld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegoocheld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegoocheld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegoocheld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegoocheld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegoocheld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegoocheld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegoocheld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegoocheld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegoocheld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegoocheld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegoocheld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegoocheld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegoocheld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gegoocheld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gegoocheld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te goochelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegoocheld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen goochelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gegoocheld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gegoocheld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gegoocheld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gegoocheld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gegoocheld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gegoocheld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gegoocheld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gegoocheld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gegoocheld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gegoocheld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gegoocheld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gegoocheld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gegoocheld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gegoocheld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gegoocheld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gegoocheld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gegoocheld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gegoocheld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gegoocheld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gegoocheld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gegoocheld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegoocheld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegoocheld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gegoocheld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegoocheld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gegoocheld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegoocheld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal goochelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal goochelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal goochelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gegoocheld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gegoocheld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gegoocheld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gegoocheld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gegoocheld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegoocheld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegoocheld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gegoocheld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegoocheld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gegoocheld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegoocheld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegoocheld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegoocheld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou goochelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou goochelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou goochelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gegoocheld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegoocheld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegoocheld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gegoocheld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gegoocheld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gegoocheld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gegoocheld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegoocheld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegoocheld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden goochelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden goochelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden goochelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gegoocheld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gegoocheld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gegoocheld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt goochelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gegoocheld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegoocheld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegoocheld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gegoocheld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gegoocheld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gegoocheld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gegoocheld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegoocheld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegoocheld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen goochelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen goochelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen goochelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen goochelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gegoocheld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gegoocheld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gegoocheld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult goochelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het ?, in de betekenis van ‘door handigheid misleiden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1340

Woordfamilie van goochelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gegoocheld voltooid deelwoord goochelen
gegoochelde woordvorm goochelen
goochel gebiedende wijs goochelen
goochelde verleden tijd goochelen
goochelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon goochelen
goochele aanvoegende wijs goochelen
goochelend onvoltooid deelwoord goochelen
goochelende woordvorm goochelen
goochelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon goochelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van goochelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over goochelen

Wat betekent goochelen?
Goochelen is een werkwoord. Het woord betekent: het uitvoeren van effecten die verbazing wekken van omstaanders. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je goochelen?
Je vervoegt goochelen als volgt: de tegenwoordige tijd is goochel, de verleden tijd is goochelde en het voltooid deelwoord is gegoocheld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord goochelen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. O 1
  3. O 1
  4. C 5
  5. H 4
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

goochelen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. O 1
  3. O 1
  4. C 5
  5. H 4
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

goochelen in het kort

goochelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van goochelen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort goochelen bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

goochelen: het uitvoeren van effecten die verbazing wekken van omstaanders
Deel goochelen — standaardnederlands.nl