magiër
zelfstandig naamwoordBetekenis
- oosterse wijze, uitlegger van de astrologie en dromen, priester bij de Meden en de Perzen
- tovenaar
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| magiërs | meervoud |
Herkomst
afgeleid van magie met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van magiër
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| magiërs | meervoud | magiër |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van magiër zijn vastgelegd.