illusionist
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die mensen door middel van optische illusies voor de mal houdt, de illusionist goochelt met mensen een goochelaar meestal met kleinere voorwerpen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| illusionisten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘goochelaar’ voor het eerst aangetroffen in 1950
Woordfamilie van illusionist
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| illusionisten | meervoud | illusionist |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van illusionist zijn vastgelegd.