Naar de inhoud

gireren

geld overmaken door het uitschrijven van een giro

gireren

werkwoord

Betekenis

  1. geld overmaken door het uitschrijven van een giro

Vervoeging van gireren

girerenhele werkwoord — gireerdeverleden tijd enkelvoud — gireerdenverleden tijd meervoud — gegireerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik gireer gireerde
jij gireert gireerde
hij, zij, het gireert gireerde
wij gireren gireerden
jullie gireren gireerden
zij gireren gireerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gegireerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gegireerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gegireerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gegireerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gegireerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gegireerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gegireerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gegireerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gegireerd verleden tijd, deelwoord
gegireerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegireerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gireer gebiedende wijs
gireerde verleden tijd
girere aanvoegende wijs
girerend onvoltooid, deelwoord
had gegireerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegireerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegireerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegireerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegireerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegireerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegireerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegireerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegireerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegireerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegireerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegireerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegireerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegireerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegireerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te gireren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegireerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen gireren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gegireerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegireerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegireerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gireren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal gireren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal gireren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gegireerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegireerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegireerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gireren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou gireren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou gireren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gegireerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegireerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegireerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gireren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gireren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gireren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gegireerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gireren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gegireerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegireerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegireerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gireren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen gireren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gireren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gireren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gegireerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gireren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘overmaken (van geld)’ voor het eerst aangetroffen in 1676

Woordfamilie van gireren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gegireerd voltooid deelwoord gireren
gegireerde woordvorm gireren
gireer gebiedende wijs gireren
gireerde verleden tijd gireren
gireerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon gireren
gireert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon gireren
girere aanvoegende wijs gireren
girerend onvoltooid deelwoord gireren
girerende woordvorm gireren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gireren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over gireren

Wat is de betekenis van gireren?
Gireren is een werkwoord. De betekenis is: geld overmaken door het uitschrijven van een giro.
Hoe vervoeg ik gireren?
Zo vervoeg je gireren zo: de tegenwoordige tijd is gireer, de verleden tijd is gireerde en het voltooid deelwoord is gegireerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord gireren is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. I 1
  3. R 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

gireren levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 94 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. I 2
  3. R 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 94 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

gireren telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

gireren in het kort

gireren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van gireren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort gireren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

gireren: geld overmaken door het uitschrijven van een giro
Deel gireren — standaardnederlands.nl