endosseren
werkwoordBetekenis
- een wissel of ander stuk aan een ander overdragen door op de rugzijde te ondertekenen en te dagtekenen
Vervoeging van endosseren
endosserenhele werkwoord — endosseerdeverleden tijd enkelvoud — endosseerdenverleden tijd meervoud — geëndosseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | endosseer | endosseerde |
| jij | endosseert | endosseerde |
| hij, zij, het | endosseert | endosseerde |
| wij | endosseren | endosseerden |
| jullie | endosseren | endosseerden |
| zij | endosseren | endosseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geëndosseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geëndosseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| endosseer | gebiedende wijs |
| endosseerde | verleden tijd |
| endossere | aanvoegende wijs |
| endosserend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geëndosseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geëndosseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geëndosseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geëndosseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geëndosseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geëndosseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geëndosseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geëndosseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geëndosseerd | verleden tijd, deelwoord |
| geëndosseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geëndosseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geëndosseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geëndosseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geëndosseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geëndosseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geëndosseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geëndosseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geëndosseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geëndosseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geëndosseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geëndosseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geëndosseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geëndosseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geëndosseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geëndosseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geëndosseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geëndosseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geëndosseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geëndosseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geëndosseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geëndosseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geëndosseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geëndosseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geëndosseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geëndosseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geëndosseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te endosseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geëndosseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen endosseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geëndosseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geëndosseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geëndosseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geëndosseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geëndosseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geëndosseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geëndosseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geëndosseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geëndosseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geëndosseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geëndosseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geëndosseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geëndosseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geëndosseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geëndosseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geëndosseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geëndosseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geëndosseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geëndosseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geëndosseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal endosseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal endosseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal endosseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geëndosseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geëndosseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geëndosseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geëndosseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geëndosseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geëndosseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geëndosseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geëndosseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geëndosseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geëndosseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geëndosseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou endosseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou endosseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou endosseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geëndosseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geëndosseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geëndosseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geëndosseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geëndosseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geëndosseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geëndosseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geëndosseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geëndosseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden endosseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden endosseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden endosseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geëndosseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geëndosseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geëndosseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geëndosseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geëndosseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geëndosseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geëndosseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geëndosseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geëndosseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt endosseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geëndosseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geëndosseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geëndosseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen endosseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen endosseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen endosseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen endosseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geëndosseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geëndosseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geëndosseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geëndosseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geëndosseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geëndosseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geëndosseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geëndosseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geëndosseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult endosseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geëndosseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geëndosseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geëndosseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘overdragen van wissel door aantekening op achterkant’ voor het eerst aangetroffen in 1651
Woordfamilie van endosseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| endosseer | gebiedende wijs | endosseren |
| endosseerde | verleden tijd | endosseren |
| endosseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | endosseren |
| endosseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | endosseren |
| endossere | aanvoegende wijs | endosseren |
| endosserend | onvoltooid deelwoord | endosseren |
| endosserende | woordvorm | endosseren |
| geëndosseerd | voltooid deelwoord | endosseren |
| geëndosseerde | woordvorm | endosseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van endosseren zijn vastgelegd.