genoeglijk
bijvoeglijk naamwoord, bijwoordBetekenis
- waarbij men plezier beleeft
- op genoeglijke wijze
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| genoeglijke | verbogen, stellende trap |
| genoeglijker | onverbogen, vergrotende trap |
| genoeglijkere | verbogen, vergrotende trap |
| genoeglijkers | partitief, vergrotende trap |
| genoeglijks | partitief, stellende trap |
| genoeglijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| genoeglijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Naamwoord van handeling van genoegen met het achtervoegsel -lijk
Woordfamilie van genoeglijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| genoeglijke | verbogen vorm | genoeglijk |
| genoeglijker | vergrotende trap | genoeglijk |
| genoeglijkere | verbogen vergrotende trap | genoeglijk |
| genoeglijkers | partitieve vergrotende trap | genoeglijk |
| genoeglijks | partitive, positive | genoeglijk |
| genoeglijkst | uninflected, superlative | genoeglijk |
| genoeglijkste | inflected, superlative | genoeglijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van genoeglijk zijn vastgelegd.