Naar de inhoud

formeren

vormen, samenstellen

formeren

werkwoord

Betekenis

  1. vormen, samenstellen

Vervoeging van formeren

formerenhele werkwoord — formeerdeverleden tijd enkelvoud — formeerdenverleden tijd meervoud — geformeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik formeer formeerde
jij formeert formeerde
hij, zij, het formeert formeerde
wij formeren formeerden
jullie formeren formeerden
zij formeren formeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geformeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geformeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geformeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geformeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geformeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geformeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geformeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geformeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
formeer gebiedende wijs
formeerde verleden tijd
formere aanvoegende wijs
formerend onvoltooid, deelwoord
geformeerd verleden tijd, deelwoord
geformeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geformeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geformeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geformeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geformeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geformeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geformeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geformeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geformeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geformeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geformeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geformeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geformeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geformeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geformeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geformeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geformeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geformeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te formeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geformeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen formeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geformeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geformeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geformeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geformeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geformeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geformeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geformeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geformeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geformeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geformeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geformeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geformeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geformeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geformeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geformeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geformeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geformeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geformeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geformeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geformeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal formeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal formeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal formeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geformeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geformeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geformeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geformeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geformeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geformeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geformeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou formeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou formeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou formeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geformeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geformeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geformeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geformeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geformeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geformeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geformeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geformeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geformeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden formeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden formeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden formeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geformeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geformeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geformeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geformeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geformeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geformeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geformeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geformeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geformeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt formeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geformeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geformeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geformeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen formeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen formeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen formeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen formeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geformeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geformeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geformeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geformeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geformeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geformeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geformeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geformeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geformeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult formeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geformeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geformeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geformeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vormen’ voor het eerst aangetroffen in 1287

Woordfamilie van formeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
formeer gebiedende wijs formeren
formeerde verleden tijd formeren
formeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon formeren
formeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon formeren
formere aanvoegende wijs formeren
formerend onvoltooid deelwoord formeren
formerende woordvorm formeren
geformeerd voltooid deelwoord formeren
geformeerde woordvorm formeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van formeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over formeren

Wat betekent formeren?
Formeren is een werkwoord. Het woord betekent: vormen, samenstellen.
Hoe vervoeg je formeren?
Je vervoegt formeren als volgt: de tegenwoordige tijd is formeer, de verleden tijd is formeerde en het voltooid deelwoord is geformeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord formeren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. O 1
  3. R 2
  4. M 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

formeren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. O 1
  3. R 2
  4. M 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

formeren in het kort

formeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van formeren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort formeren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

formeren: vormen, samenstellen
Deel formeren — standaardnederlands.nl