Naar de inhoud

aangaan

betreffen, van belang zijn

aangaan

werkwoord ˈaŋɣan

Betekenis

  1. betreffen, van belang zijn
  2. ingeschakeld worden
  3. in een zaak of relatie betrokken worden

Hoe spreek je aangaan uit?

/ˈaŋxan/

Aangaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈaŋxan/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
ŋ ding
x acht
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. in een zaak, relatie of gesprek betrokken worden transitive
  2. iets ondernemen

Vervoeging van aangaan

aangaanhele werkwoord — ging aanverleden tijd enkelvoud — gingen aanverleden tijd meervoud — aangegaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ga aan ging aan
jij gaat aan ging aan
hij, zij, het gaat aan ging aan
wij gaan aan gingen aan
jullie gaan aan gingen aan
zij gaan aan gingen aan
Alle 119 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te gaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen gaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal gaan bijzin, toekomende tijd
aan zou gaan bijzin, voorwaardelijk
aan zouden gaan bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt gaan bijzin, voorwaardelijk
aan zullen gaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen gaan bijzin, toekomende tijd
aan zult gaan bijzin, toekomende tijd
aanga bijzin, tegenwoordige tijd
aangaand onvoltooid, deelwoord
aangaat bijzin, tegenwoordige tijd
aangegaan verleden tijd, deelwoord
aangegaan te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangegaan te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangegaan te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangegaan te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangegaan te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangegaan worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangegaan zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangegaan zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangegaan zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangegaan zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanging bijzin, verleden tijd
aangingen bijzin, verleden tijd
aangingt bijzin, verleden tijd
ben aangegaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangegaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangegaan impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangegaan impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangegaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangegaan worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangegaan zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangegaan worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangegaan zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
ga aan gebiedende wijs
ging aan verleden tijd
is aangegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangegaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn aangegaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aangaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangegaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangegaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangegaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangegaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangegaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangegaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangegaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangegaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangegaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangegaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangegaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangegaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangegaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangegaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangegaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangegaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangegaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aangaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aangaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aangaan bijzin, toekomende tijd
zal aangegaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangegaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangegaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangegaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn aangegaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn aangegaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangegaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aangaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aangaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aangaan bijzin, voorwaardelijk
zou aangegaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangegaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangegaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) aangaan aan zou(dt) gaan bijzin, voorwaardelijk
zouden aangaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aangaan bijzin, voorwaardelijk
zouden aangegaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangegaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangegaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt aangaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aangaan bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangegaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen aangaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aangaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aangaan bijzin, toekomende tijd
zullen aangegaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangegaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangegaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangegaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangegaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult aangaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult aangaan bijzin, toekomende tijd
zult aangegaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aangegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal aangaan aan zult/zal gaan bijzin, toekomende tijd

Herkomst

[1],[3] samenstelling van aan vz en gaan ww

Woordfamilie van aangaan

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aanga subordinate-clause, tegenwoordige tijd aangaan
aangaand onvoltooid deelwoord aangaan
aangaat subordinate-clause, tegenwoordige tijd aangaan
aanging subordinate-clause, verleden tijd aangaan
aangingen subordinate-clause, verleden tijd aangaan
aangingt subordinate-clause, verleden tijd aangaan
ga aan gebiedende wijs aangaan
gaan aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aangaan
gaat aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aangaan
ging aan verleden tijd aangaan
gingen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aangaan
gingt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon aangaan

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aangaan zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aangaan

Hoe spreek ik aangaan uit?
Zo spreek je aangaan uit: /ˈaŋɣan/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aangaan?
Aangaan is een werkwoord. De betekenis is: betreffen, van belang zijn. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik aangaan?
Zo vervoeg je aangaan zo: het voltooid deelwoord is aangegaan. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aangaan is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. G 3
  5. A 1
  6. A 1
  7. N 1
  8. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aangaan levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 85 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. G 3
  5. A 1
  6. A 1
  7. N 1
  8. 9 zonder bonus
  9. 85 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

aangaan telt 7 letters, waarvan 3 verschillende, want 4 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

aangaan in het kort

aangaan staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van aangaan staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aangaan bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aangaan: betreffen, van belang zijn
Deel aangaan — standaardnederlands.nl