Naar de inhoud

flenzen

(lading) vlug overnemen zonder behoorlijk te bergen

flenzen is meer dan één woord

flenzen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. (lading) vlug overnemen zonder behoorlijk te bergen

werkwoord

  1. vlug overnemen zonder behoorlijk te bergen transitive

Vervoeging van flenzen

flenzenhele werkwoord — flensdeverleden tijd enkelvoud — flensdenverleden tijd meervoud — geflensdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik flens flensde
jij flenst flensde
hij, zij, het flenst flensde
wij flenzen flensden
jullie flenzen flensden
zij flenzen flensden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geflensd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geflensd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geflensd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geflensd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geflensd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geflensd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geflensd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geflensd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geflensd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geflensd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
flens gebiedende wijs
flensde verleden tijd
flenze aanvoegende wijs
flenzend onvoltooid, deelwoord
geflensd verleden tijd, deelwoord
geflensd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geflensd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geflensd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geflensd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geflensd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geflensd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geflensd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geflensd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geflensd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geflensd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geflensd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geflensd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geflensd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geflensd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geflensd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geflensd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geflensd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geflensd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geflensd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geflensd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geflensd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geflensd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geflensd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geflensd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geflensd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geflensd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geflensd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te flenzen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geflensd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen flenzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geflensd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geflensd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geflensd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geflensd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geflensd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geflensd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geflensd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geflensd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geflensd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geflensd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geflensd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geflensd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geflensd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geflensd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geflensd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geflensd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geflensd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geflensd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geflensd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geflensd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal flenzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal flenzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal flenzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geflensd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geflensd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geflensd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geflensd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geflensd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geflensd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geflensd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geflensd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geflensd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geflensd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geflensd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou flenzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou flenzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou flenzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geflensd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geflensd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geflensd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geflensd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geflensd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geflensd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geflensd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geflensd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geflensd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden flenzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden flenzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden flenzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geflensd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geflensd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geflensd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geflensd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geflensd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geflensd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geflensd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geflensd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geflensd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt flenzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geflensd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geflensd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geflensd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen flenzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen flenzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen flenzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen flenzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geflensd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geflensd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geflensd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geflensd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geflensd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geflensd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geflensd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geflensd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geflensd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult flenzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geflensd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geflensd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geflensd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord flens

Woordfamilie van flenzen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
flensde verleden tijd flenzen
flensden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon flenzen
flenze aanvoegende wijs flenzen
flenzend onvoltooid deelwoord flenzen
flenzende woordvorm flenzen
geflensd voltooid deelwoord flenzen
geflensde woordvorm flenzen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van flenzen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over flenzen

Wat betekent flenzen?
Flenzen is een werkwoord. Het woord betekent: (lading) vlug overnemen zonder behoorlijk te bergen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je flenzen?
Je vervoegt flenzen als volgt: de tegenwoordige tijd is flens, de verleden tijd is flensde en het voltooid deelwoord is geflensd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord flenzen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. L 3
  3. E 1
  4. N 1
  5. Z 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

flenzen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 118 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. L 3
  3. E 1
  4. N 1
  5. Z 5
  6. E 1
  7. N 1
  8. 16 zonder bonus
  9. 118 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

flenzen telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

flenzen in het kort

flenzen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van flenzen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort flenzen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

flenzen: (lading) vlug overnemen zonder behoorlijk te bergen
Deel flenzen — standaardnederlands.nl