kern
zelfstandig naamwoord ˈkɛrᵊnBetekenis
- het meest belangrijke
- het binnenste of midden
- het uit protonen en neutronen bestaande inwendige van een atoom
- het centrale deel van een elektromagneet
- een kern van waarheid: iets van waarheid
Hoe spreek je kern uit?
/ˈkɛrən/
Kern bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kernen | meervoud |
| kerntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kerntjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘binnenste, essentie’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van kern
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kernen | meervoud | kern |
| kerntje | verkleinwoord | kern |
| kerntjes | verkleinwoord meervoud | kern |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kern zijn vastgelegd.