Naar de inhoud

exerceren

het oefenen in het uitvoeren van bepaalde militaire bewegingen en commando's

exerceren

werkwoord

Betekenis

  1. het oefenen in het uitvoeren van bepaalde militaire bewegingen en commando's

Vervoeging van exerceren

exercerenhele werkwoord — exerceerdeverleden tijd enkelvoud — exerceerdenverleden tijd meervoud — geëxerceerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik exerceer exerceerde
jij exerceert exerceerde
hij, zij, het exerceert exerceerde
wij exerceren exerceerden
jullie exerceren exerceerden
zij exerceren exerceerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
exerceer gebiedende wijs
exerceerde verleden tijd
exercere aanvoegende wijs
exercerend onvoltooid, deelwoord
geëxerceerd verleden tijd, deelwoord
geëxerceerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëxerceerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geëxerceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geëxerceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geëxerceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geëxerceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geëxerceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geëxerceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geëxerceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geëxerceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëxerceerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geëxerceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëxerceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geëxerceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geëxerceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëxerceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëxerceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te exerceren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geëxerceerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen exerceren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal exerceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal exerceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal exerceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geëxerceerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëxerceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geëxerceerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou exerceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou exerceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou exerceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geëxerceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëxerceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëxerceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden exerceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden exerceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden exerceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geëxerceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëxerceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëxerceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt exerceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geëxerceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen exerceren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen exerceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen exerceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen exerceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geëxerceerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëxerceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëxerceerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult exerceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geëxerceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘militair oefenen’ voor het eerst aangetroffen in 1592

Woordfamilie van exerceren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
exerceer gebiedende wijs exerceren
exerceerde verleden tijd exerceren
exerceerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon exerceren
exerceert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon exerceren
exercere aanvoegende wijs exerceren
exercerend onvoltooid deelwoord exerceren
exercerende woordvorm exerceren
geëxerceerd voltooid deelwoord exerceren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van exerceren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over exerceren

Wat betekent exerceren?
Exerceren is een werkwoord. Het woord betekent: het oefenen in het uitvoeren van bepaalde militaire bewegingen en commando's.
Hoe vervoeg je exerceren?
Je vervoegt exerceren als volgt: de tegenwoordige tijd is exerceer, de verleden tijd is exerceerde en het voltooid deelwoord is geëxerceerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord exerceren is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. E 1
  2. X 8
  3. E 1
  4. R 2
  5. C 5
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

exerceren levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 114 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. E 1
  2. X 8
  3. E 1
  4. R 2
  5. C 5
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 22 zonder bonus
  11. 114 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (X) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

exerceren in het kort

exerceren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van exerceren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort exerceren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

exerceren: het oefenen in het uitvoeren van bepaalde militaire bewegingen en commando's
Deel exerceren — standaardnederlands.nl