dut
zelfstandig naamwoord, werkwoord /dʏt/Betekenis
- een korte, lichte slaap
- moerbei
Hoe spreek je dut uit?
/dʏt/
Dut bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ʏ | put |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een korte en lichte slaap, veelal midden op de dag i.p.v. zoals gebruikelijk 's nachts
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dutje | verkleinwoord, enkelvoud |
| dutjes | verkleinwoord, meervoud |
| dutten | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van dutten
- gebiedende wijs van dutten
Vervoeging van dut
duthele werkwoord
Herkomst
Naamwoord van handeling van het werkwoord dutten.
Woordfamilie van dut
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dutten | meervoud | dut |
| dutte | verleden tijd | dutten |
| duttend | onvoltooid deelwoord | dutten |
| duttende | woordvorm | dutten |
| gedut | voltooid deelwoord | dutten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dut zijn vastgelegd.