rut
bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord rʏtBetekenis
- niets (meer) bezittend
- al zijn inzet verspeeld hebbend (ook bij andere spelletjes)
- wilde begroeiing (in het bijzonder gebruikt voor planten aan de waterkant)
- reminstallatie in het transportsysteem in een steenkolenmijn
- gepraat
Hoe spreek je rut uit?
/rʏt/
Rut bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ʏ | put |
| t | tak |
Klinkt hetzelfde als ruth.
zelfstandig naamwoord — neuter
- wilde begroeiing, in het bijzonder gebruikt voor planten aan de waterkant
Herkomst
bn herkomst onzeker, er bestaan verschillende speculaties: ** ontstaan als vorm van rot, "bedorven" ** van Italiaans rutta "platzak, failliet" ** van ruit "schurft"