Naar de inhoud

druilen

in halfslapende toestand, op lusteloze wijze zijn, soezen, suffen

druilen is meer dan één woord

druilen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. in halfslapende toestand, op lusteloze wijze zijn, soezen, suffen

werkwoord

  1. langzaam handelen of spreken, traag zijn absolute, obsolete
  2. regenachtig zijn, op lusteloze wijze regenen impersonal

Vervoeging van druilen

druilenhele werkwoord — druildeverleden tijd enkelvoud — druildenverleden tijd meervoud — gedruildvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik druil druilde
jij druilt druilde
hij, zij, het druilt druilde
wij druilen druilden
jullie druilen druilden
zij druilen druilden
Alle 58 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
druil gebiedende wijs
druilde verleden tijd
druile aanvoegende wijs
druilend onvoltooid, deelwoord
druilt tegenwoordige tijd
ev. gebiedende wijs
gedruild verleden tijd, deelwoord
gedruild te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedruild zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedruild voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedruild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedruild voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedruild voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedruild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedruild voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedruild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedruild voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedruild actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedruild voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedruild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedruild voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedruild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedruild verleden tijd, deelwoord
heeft gedruild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedruild voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te druilen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedruild actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen druilen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal druilen toekomende tijd
zal druilen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal druilen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal druilen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedruild hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedruild hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedruild hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou druilen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou druilen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou druilen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedruild hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedruild hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedruild hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden druilen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden druilen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden druilen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedruild hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedruild hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedruild hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt druilen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedruild hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen druilen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen druilen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen druilen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen druilen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedruild hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedruild hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedruild hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult druilen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedruild hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord druil

Woordfamilie van druilen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
druilde verleden tijd druilen
druilden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon druilen
druile aanvoegende wijs druilen
druilend onvoltooid deelwoord druilen
druilende woordvorm druilen
druilt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon druilen
gedruild voltooid deelwoord druilen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van druilen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over druilen

Wat betekent druilen?
Druilen is een werkwoord. Het woord betekent: in halfslapende toestand, op lusteloze wijze zijn, soezen, suffen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je druilen?
Je vervoegt druilen als volgt: de tegenwoordige tijd is druil, de verleden tijd is druilde en het voltooid deelwoord is gedruild. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord druilen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. R 2
  3. U 4
  4. I 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

druilen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 97 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. R 2
  3. U 2
  4. I 2
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 97 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

druilen telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

druilen in het kort

druilen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van druilen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort druilen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

druilen: in halfslapende toestand, op lusteloze wijze zijn, soezen, suffen
Deel druilen — standaardnederlands.nl