druiloor
zelfstandig naamwoord, werkwoord 'drœylorBetekenis
- sufferd, sukkel
Hoe spreek je druiloor uit?
/ˈdrœylor/
Druiloor bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| r | rood |
| œy | huis |
| l | land |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- sufferd, sukkel, uilskuiken, idioot pejorative
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| druiloortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| druiloortjes | verkleinwoord, meervoud |
| druiloren | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van druiloren
- gebiedende wijs van druiloren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van druiloren
Vervoeging van druiloor
druiloorhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘lijzig persoon’ voor het eerst aangetroffen in 1719
Woordfamilie van druiloor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| druiloortje | verkleinwoord | druiloor |
| druiloortjes | verkleinwoord meervoud | druiloor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van druiloor zijn vastgelegd.