doorsmeren
werkwoordBetekenis
- een periodieke onderhoudsbeurt geven waarbij de gehele machine wordt gesmeerd
Vervoeging van doorsmeren
doorsmerenhele werkwoord — smeerde doorverleden tijd enkelvoud — smeerden doorverleden tijd meervoud — doorgesmeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | smeer door | smeerde door |
| jij | smeert door | smeerde door |
| hij, zij, het | smeert door | smeerde door |
| wij | smeren door | smeerden door |
| jullie | smeren door | smeerden door |
| zij | smeren door | smeerden door |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben doorgesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent doorgesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| door te smeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| door te zullen smeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| door zal smeren | bijzin, toekomende tijd |
| door zou smeren | bijzin, voorwaardelijk |
| door zouden smeren | bijzin, voorwaardelijk |
| door zoudt smeren | bijzin, voorwaardelijk |
| door zullen smeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| door zullen smeren | bijzin, toekomende tijd |
| door zult smeren | bijzin, toekomende tijd |
| doorgesmeerd | verleden tijd, deelwoord |
| doorgesmeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorgesmeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorgesmeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgesmeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgesmeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgesmeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgesmeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgesmeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgesmeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgesmeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorsmeer | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doorsmeerde | bijzin, verleden tijd |
| doorsmeerden | bijzin, verleden tijd |
| doorsmeert | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doorsmerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is doorgesmeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was doorgesmeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd doorgesmeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt doorgesmeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal doorgesmeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal doorgesmeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou doorgesmeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou doorgesmeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had doorgesmeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doorgesmeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doorgesmeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doorgesmeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doorgesmeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doorgesmeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt doorgesmeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb doorgesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgesmeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doorgesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doorgesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt doorgesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is doorgesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is doorgesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| smeer door | gebiedende wijs |
| smeerde door | verleden tijd |
| te hebben doorgesmeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doorsmeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart doorgesmeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doorgesmeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren doorgesmeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doorgesmeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was doorgesmeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was doorgesmeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was doorgesmeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd doorgesmeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd doorgesmeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd doorgesmeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden doorgesmeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden doorgesmeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden doorgesmeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt doorgesmeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word doorgesmeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden doorgesmeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden doorgesmeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden doorgesmeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt doorgesmeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt doorgesmeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal doorgesmeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgesmeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doorgesmeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doorgesmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgesmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal doorgesmeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgesmeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doorsmeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doorsmeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doorsmeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doorsmeren | bijzin, toekomende tijd |
| zijn doorgesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn doorgesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn doorgesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt doorgesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou doorgesmeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgesmeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgesmeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doorgesmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgesmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou doorgesmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgesmeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgesmeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgesmeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doorsmeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doorsmeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doorsmeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou doorsmeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) doorsmeren door zou(dt) smeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden doorgesmeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doorgesmeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doorgesmeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorgesmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doorgesmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doorgesmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorgesmeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doorgesmeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doorgesmeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorsmeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doorsmeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doorsmeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden doorsmeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt doorgesmeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorgesmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorgesmeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorsmeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt doorsmeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen doorgesmeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doorgesmeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doorgesmeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorgesmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doorgesmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doorgesmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorgesmeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doorgesmeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doorgesmeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorsmeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen doorsmeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doorsmeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doorsmeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen doorsmeren | bijzin, toekomende tijd |
| zult doorgesmeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van door en smeren
Woordfamilie van doorsmeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doorgesmeerd | voltooid deelwoord | doorsmeren |
| doorgesmeerde | woordvorm | doorsmeren |
| doorsmeer | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doorsmeren |
| doorsmeerde | subordinate-clause, verleden tijd | doorsmeren |
| doorsmeerden | subordinate-clause, verleden tijd | doorsmeren |
| doorsmeert | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doorsmeren |
| doorsmere | with-subordinate-clause | doorsmeren |
| doorsmerend | onvoltooid deelwoord | doorsmeren |
| doorsmerende | woordvorm | doorsmeren |
| smeer door | gebiedende wijs | doorsmeren |
| smeerde door | verleden tijd | doorsmeren |
| smeerden door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | doorsmeren |
| smeert door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | doorsmeren |
| smere door | woordvorm | doorsmeren |
| smeren door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | doorsmeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorsmeren zijn vastgelegd.