Naar de inhoud

besmeren

een zachte massa op iets aanbrengen

besmeren

werkwoord

Betekenis

  1. een zachte massa op iets aanbrengen

Vervoeging van besmeren

besmerenhele werkwoord — besmeerdeverleden tijd enkelvoud — besmeerdenverleden tijd meervoud — besmeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik besmeer besmeerde
jij besmeert besmeerde
hij, zij, het besmeert besmeerde
wij besmeren besmeerden
jullie besmeren besmeerden
zij besmeren besmeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben besmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent besmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
besmeer gebiedende wijs
besmeerd verleden tijd, deelwoord
besmeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
besmeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
besmeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
besmeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
besmeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
besmeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
besmeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
besmeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
besmeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
besmeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
besmeerde verleden tijd
besmere aanvoegende wijs
besmerend onvoltooid, deelwoord
er is besmeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was besmeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd besmeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt besmeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal besmeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal besmeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou besmeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou besmeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had besmeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had besmeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had besmeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden besmeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden besmeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden besmeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt besmeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb besmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben besmeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben besmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben besmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben besmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt besmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft besmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft besmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is besmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is besmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te besmeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben besmeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen besmeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart besmeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren besmeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren besmeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren besmeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was besmeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was besmeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was besmeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd besmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd besmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd besmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden besmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden besmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden besmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt besmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word besmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden besmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden besmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden besmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt besmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt besmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal besmeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal besmeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal besmeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal besmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal besmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal besmeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal besmeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal besmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal besmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal besmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn besmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn besmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn besmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt besmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou besmeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou besmeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou besmeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou besmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou besmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou besmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou besmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou besmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou besmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou besmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou besmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou besmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden besmeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden besmeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden besmeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden besmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden besmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden besmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden besmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden besmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden besmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden besmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden besmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden besmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt besmeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt besmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt besmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt besmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen besmeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen besmeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen besmeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen besmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen besmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen besmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen besmeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen besmeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen besmeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen besmeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen besmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen besmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen besmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult besmeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult besmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult besmeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult besmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van smeren met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van besmeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
besmeer gebiedende wijs besmeren
besmeerd voltooid deelwoord besmeren
besmeerde verleden tijd besmeren
besmeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon besmeren
besmeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon besmeren
besmere aanvoegende wijs besmeren
besmerend onvoltooid deelwoord besmeren
besmerende woordvorm besmeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van besmeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over besmeren

Wat is de betekenis van besmeren?
Besmeren is een werkwoord. De betekenis is: een zachte massa op iets aanbrengen.
Hoe vervoeg ik besmeren?
Zo vervoeg je besmeren zo: de tegenwoordige tijd is besmeer, de verleden tijd is besmeerde en het voltooid deelwoord is besmeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord besmeren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. S 2
  4. M 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

besmeren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. S 2
  4. M 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

besmeren in het kort

besmeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van besmeren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort besmeren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

besmeren: een zachte massa op iets aanbrengen
Deel besmeren — standaardnederlands.nl