doorschakelen
werkwoordBetekenis
- (van een telefoonverbinding) doorverbinden naar een ander toestel of telefoonnummer
werkwoord
- doorverbinden naar een ander toestel of telefoonnummer transitive
Vervoeging van doorschakelen
doorschakelenhele werkwoord — schakelde doorverleden tijd enkelvoud — schakelden doorverleden tijd meervoud — doorgeschakeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | schakel door | schakelde door |
| jij | schakelt door | schakelde door |
| hij, zij, het | schakelt door | schakelde door |
| wij | schakelen door | schakelden door |
| jullie | schakelen door | schakelden door |
| zij | schakelen door | schakelden door |
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| door te schakelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| door te zullen schakelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| door zal schakelen | bijzin, toekomende tijd |
| door zou schakelen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zouden schakelen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zoudt schakelen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zullen schakelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| door zullen schakelen | bijzin, toekomende tijd |
| door zult schakelen | bijzin, toekomende tijd |
| doorgeschakeld | verleden tijd, deelwoord |
| doorgeschakeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgeschakeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorschakel | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doorschakelde | bijzin, verleden tijd |
| doorschakelden | bijzin, verleden tijd |
| doorschakelend | onvoltooid, deelwoord |
| doorschakelt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| er is doorgeschakeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was doorgeschakeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd doorgeschakeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt doorgeschakeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal doorgeschakeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal doorgeschakeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou doorgeschakeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou doorgeschakeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had doorgeschakeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doorgeschakeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doorgeschakeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doorgeschakeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doorgeschakeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doorgeschakeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt doorgeschakeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb doorgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgeschakeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doorgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doorgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt doorgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| schakel door | gebiedende wijs |
| schakelde door | verleden tijd |
| te hebben doorgeschakeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doorschakelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal doorgeschakeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgeschakeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doorgeschakeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doorschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doorschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doorschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doorschakelen | bijzin, toekomende tijd |
| zou doorgeschakeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgeschakeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgeschakeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doorschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doorschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doorschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou doorschakelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) doorschakelen door zou(dt) schakelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden doorgeschakeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doorgeschakeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doorgeschakeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doorschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doorschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden doorschakelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt doorgeschakeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt doorschakelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen doorgeschakeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doorgeschakeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doorgeschakeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorschakelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen doorschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doorschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doorschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen doorschakelen | bijzin, toekomende tijd |
| zult doorgeschakeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult doorschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult doorschakelen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal doorschakelen door zult/zal schakelen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van door en schakelen
Woordfamilie van doorschakelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doorgeschakeld | voltooid deelwoord | doorschakelen |
| doorgeschakelde | woordvorm | doorschakelen |
| doorschakel | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doorschakelen |
| doorschakelde | subordinate-clause, verleden tijd | doorschakelen |
| doorschakelden | subordinate-clause, verleden tijd | doorschakelen |
| doorschakele | with-subordinate-clause | doorschakelen |
| doorschakelend | onvoltooid deelwoord | doorschakelen |
| doorschakelende | woordvorm | doorschakelen |
| doorschakelt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doorschakelen |
| schakel door | gebiedende wijs | doorschakelen |
| schakelde door | verleden tijd | doorschakelen |
| schakelden door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | doorschakelen |
| schakele door | woordvorm | doorschakelen |
| schakelen door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | doorschakelen |
| schakelt door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | doorschakelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorschakelen zijn vastgelegd.