omschakelen
werkwoord ˈɔmsxakələ(n)Betekenis
- door aan een schakelaar te draaien van richting, werking enz. doen veranderen
- door te schakelen van richting, werking enz. doen veranderen
- aanpassen, veranderen, van de ene manier van denken overgaan naar een andere manier
Hoe spreek je omschakelen uit?
/ˈɔmsxakələn/
Omschakelen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| m | maan |
| s | sok |
| x | acht |
| a | maan |
| k | kat |
| ə | de |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van omschakelen
omschakelenhele werkwoord — schakelde omverleden tijd enkelvoud — schakelden omverleden tijd meervoud — omgeschakeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | schakel om | schakelde om |
| jij | schakelt om | schakelde om |
| hij, zij, het | schakelt om | schakelde om |
| wij | schakelen om | schakelden om |
| jullie | schakelen om | schakelden om |
| zij | schakelen om | schakelden om |
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is omgeschakeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was omgeschakeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd omgeschakeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt omgeschakeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal omgeschakeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal omgeschakeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou omgeschakeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou omgeschakeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had omgeschakeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had omgeschakeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had omgeschakeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden omgeschakeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden omgeschakeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden omgeschakeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt omgeschakeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb omgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omgeschakeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben omgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben omgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt omgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| om te schakelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| om te zullen schakelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| om zal schakelen | bijzin, toekomende tijd |
| om zou schakelen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zouden schakelen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zoudt schakelen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zullen schakelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| om zullen schakelen | bijzin, toekomende tijd |
| om zult schakelen | bijzin, toekomende tijd |
| omgeschakeld | verleden tijd, deelwoord |
| omgeschakeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgeschakeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omschakel | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omschakelde | bijzin, verleden tijd |
| omschakelden | bijzin, verleden tijd |
| omschakelend | onvoltooid, deelwoord |
| omschakelt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| schakel om | gebiedende wijs |
| schakelde om | verleden tijd |
| te hebben omgeschakeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omschakelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal omgeschakeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgeschakeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omgeschakeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal omschakelen | bijzin, toekomende tijd |
| zou omgeschakeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgeschakeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgeschakeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou omschakelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) omschakelen om zou(dt) schakelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden omgeschakeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omgeschakeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omgeschakeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden omschakelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt omgeschakeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt omschakelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen omgeschakeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omgeschakeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omgeschakeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omschakelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen omschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen omschakelen | bijzin, toekomende tijd |
| zult omgeschakeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult omschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult omschakelen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal omschakelen om zult/zal schakelen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van om bw en schakelen ww
Woordfamilie van omschakelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| omgeschakeld | voltooid deelwoord | omschakelen |
| omgeschakelde | woordvorm | omschakelen |
| omschakel | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omschakelen |
| omschakelde | subordinate-clause, verleden tijd | omschakelen |
| omschakelden | subordinate-clause, verleden tijd | omschakelen |
| omschakele | with-subordinate-clause | omschakelen |
| omschakelend | onvoltooid deelwoord | omschakelen |
| omschakelende | woordvorm | omschakelen |
| omschakelt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omschakelen |
| schakel om | gebiedende wijs | omschakelen |
| schakelde om | verleden tijd | omschakelen |
| schakelden om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | omschakelen |
| schakele om | woordvorm | omschakelen |
| schakelen om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | omschakelen |
| schakelt om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | omschakelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omschakelen zijn vastgelegd.