Naar de inhoud

overschakelen

een andere verbinding opzetten

overschakelen

werkwoord

Betekenis

  1. een andere verbinding opzetten
  2. zaken doen met een andere partij
  3. hersentoestand wijzigen naar iets totaal anders
  4. naar een andere versnelling gaan

Vervoeging van overschakelen

overschakelenhele werkwoord — schakelde oververleden tijd enkelvoud — schakelden oververleden tijd meervoud — overgeschakeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schakel over schakelde over
jij schakelt over schakelde over
hij, zij, het schakelt over schakelde over
wij schakelen over schakelden over
jullie schakelen over schakelden over
zij schakelen over schakelden over
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is overgeschakeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was overgeschakeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd overgeschakeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt overgeschakeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal overgeschakeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal overgeschakeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou overgeschakeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou overgeschakeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had overgeschakeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had overgeschakeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had overgeschakeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden overgeschakeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden overgeschakeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden overgeschakeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt overgeschakeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb overgeschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overgeschakeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben overgeschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overgeschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben overgeschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt overgeschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overgeschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overgeschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
over te schakelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
over te zullen schakelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
over zal schakelen bijzin, toekomende tijd
over zou schakelen bijzin, voorwaardelijk
over zouden schakelen bijzin, voorwaardelijk
over zoudt schakelen bijzin, voorwaardelijk
over zullen schakelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
over zullen schakelen bijzin, toekomende tijd
over zult schakelen bijzin, toekomende tijd
overgeschakeld verleden tijd, deelwoord
overgeschakeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overgeschakeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overschakel bijzin, tegenwoordige tijd
overschakelde bijzin, verleden tijd
overschakelden bijzin, verleden tijd
overschakelend onvoltooid, deelwoord
overschakelt bijzin, tegenwoordige tijd
schakel over gebiedende wijs
schakelde over verleden tijd
te hebben overgeschakeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overschakelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal overgeschakeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overgeschakeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overgeschakeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overschakelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overschakelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overschakelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal overschakelen bijzin, toekomende tijd
zou overgeschakeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overgeschakeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overgeschakeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overschakelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overschakelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overschakelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou overschakelen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) overschakelen over zou(dt) schakelen bijzin, voorwaardelijk
zouden overgeschakeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overgeschakeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overgeschakeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overschakelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overschakelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overschakelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden overschakelen bijzin, voorwaardelijk
zoudt overgeschakeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overschakelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt overschakelen bijzin, voorwaardelijk
zullen overgeschakeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overgeschakeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overgeschakeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overschakelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overschakelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overschakelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overschakelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen overschakelen bijzin, toekomende tijd
zult overgeschakeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overschakelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult overschakelen bijzin, toekomende tijd
zult/zal overschakelen over zult/zal schakelen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van over bw en schakelen ww

Woordfamilie van overschakelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
overgeschakeld voltooid deelwoord overschakelen
overschakel subordinate-clause, tegenwoordige tijd overschakelen
overschakelde subordinate-clause, verleden tijd overschakelen
overschakelden subordinate-clause, verleden tijd overschakelen
overschakele with-subordinate-clause overschakelen
overschakelend onvoltooid deelwoord overschakelen
overschakelende woordvorm overschakelen
overschakelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd overschakelen
schakel over gebiedende wijs overschakelen
schakelde over verleden tijd overschakelen
schakelden over aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon overschakelen
schakele over woordvorm overschakelen
schakelen over aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon overschakelen
schakelt over aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon overschakelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overschakelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over overschakelen

Wat is de betekenis van overschakelen?
Overschakelen is een werkwoord. De betekenis is: een andere verbinding opzetten. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik overschakelen?
Zo vervoeg je overschakelen zo: het voltooid deelwoord is overgeschakeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord overschakelen is 29 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. C 5
  7. H 4
  8. A 1
  9. K 3
  10. E 1
  11. L 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 29 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

overschakelen levert met Wordfeud minimaal 29 en maximaal 117 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. C 5
  7. H 4
  8. A 1
  9. K 3
  10. E 1
  11. L 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 29 zonder bonus
  15. 117 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

overschakelen in het kort

overschakelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van overschakelen staan er 53 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort overschakelen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

overschakelen: een andere verbinding opzetten
Deel overschakelen — standaardnederlands.nl