overschakelen
werkwoordBetekenis
- een andere verbinding opzetten
- zaken doen met een andere partij
- hersentoestand wijzigen naar iets totaal anders
- naar een andere versnelling gaan
Vervoeging van overschakelen
overschakelenhele werkwoord — schakelde oververleden tijd enkelvoud — schakelden oververleden tijd meervoud — overgeschakeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | schakel over | schakelde over |
| jij | schakelt over | schakelde over |
| hij, zij, het | schakelt over | schakelde over |
| wij | schakelen over | schakelden over |
| jullie | schakelen over | schakelden over |
| zij | schakelen over | schakelden over |
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is overgeschakeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was overgeschakeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd overgeschakeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt overgeschakeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal overgeschakeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal overgeschakeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou overgeschakeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou overgeschakeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had overgeschakeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had overgeschakeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had overgeschakeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden overgeschakeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden overgeschakeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden overgeschakeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt overgeschakeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb overgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overgeschakeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben overgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben overgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt overgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| over te schakelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| over te zullen schakelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| over zal schakelen | bijzin, toekomende tijd |
| over zou schakelen | bijzin, voorwaardelijk |
| over zouden schakelen | bijzin, voorwaardelijk |
| over zoudt schakelen | bijzin, voorwaardelijk |
| over zullen schakelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| over zullen schakelen | bijzin, toekomende tijd |
| over zult schakelen | bijzin, toekomende tijd |
| overgeschakeld | verleden tijd, deelwoord |
| overgeschakeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overgeschakeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overschakel | bijzin, tegenwoordige tijd |
| overschakelde | bijzin, verleden tijd |
| overschakelden | bijzin, verleden tijd |
| overschakelend | onvoltooid, deelwoord |
| overschakelt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| schakel over | gebiedende wijs |
| schakelde over | verleden tijd |
| te hebben overgeschakeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen overschakelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal overgeschakeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overgeschakeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal overgeschakeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal overschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal overschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal overschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal overschakelen | bijzin, toekomende tijd |
| zou overgeschakeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overgeschakeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overgeschakeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou overschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou overschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou overschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou overschakelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) overschakelen over zou(dt) schakelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden overgeschakeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overgeschakeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overgeschakeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden overschakelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt overgeschakeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt overschakelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen overgeschakeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overgeschakeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overgeschakeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overschakelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen overschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen overschakelen | bijzin, toekomende tijd |
| zult overgeschakeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult overschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult overschakelen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal overschakelen over zult/zal schakelen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van over bw en schakelen ww
Woordfamilie van overschakelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overgeschakeld | voltooid deelwoord | overschakelen |
| overschakel | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | overschakelen |
| overschakelde | subordinate-clause, verleden tijd | overschakelen |
| overschakelden | subordinate-clause, verleden tijd | overschakelen |
| overschakele | with-subordinate-clause | overschakelen |
| overschakelend | onvoltooid deelwoord | overschakelen |
| overschakelende | woordvorm | overschakelen |
| overschakelt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | overschakelen |
| schakel over | gebiedende wijs | overschakelen |
| schakelde over | verleden tijd | overschakelen |
| schakelden over | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | overschakelen |
| schakele over | woordvorm | overschakelen |
| schakelen over | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | overschakelen |
| schakelt over | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | overschakelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overschakelen zijn vastgelegd.