doorgraven
werkwoord dorˈɣravə(n)Betekenis
- door te graven in tweeën snijden, gravend gaan door
- voortgaan met graven.
- door te graven in tweeën snijden.
Hoe spreek je doorgraven uit?
/dorˈxravən/
Doorgraven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| o | boot |
| r | rood |
| x | acht |
| a | maan |
| v | vis |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van doorgraven
doorgravenhele werkwoord — doorgroefverleden tijd enkelvoud — doorgroevenverleden tijd meervoud — doorgegravenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | doorgraaf | doorgroef |
| jij | doorgraaft | doorgroef |
| hij, zij, het | doorgraaft | doorgroef |
| wij | graven door | doorgroeven |
| jullie | graven door | doorgroeven |
| zij | graven door | doorgroeven |
Alle 191 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| [A] doorgráven | canonical |
| door te graven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| door te zullen graven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| door zal graven | bijzin, toekomende tijd |
| door zou graven | bijzin, voorwaardelijk |
| door zouden graven | bijzin, voorwaardelijk |
| door zoudt graven | bijzin, voorwaardelijk |
| door zullen graven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| door zullen graven | bijzin, toekomende tijd |
| door zult graven | bijzin, toekomende tijd |
| doorgegraven | verleden tijd, deelwoord |
| doorgegraven te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorgegraven te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorgegraven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgegraven te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgegraven te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgegraven worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgegraven zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgegraven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgegraven zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgegraven zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgraaf | gebiedende wijs |
| doorgraaf | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doorgraaft | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doorgrave | aanvoegende wijs |
| doorgraven | verleden tijd, deelwoord |
| doorgraven te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorgraven te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorgraven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgraven te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgraven te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgraven worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgraven zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgraven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgraven zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgraven zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgravend | onvoltooid, deelwoord |
| doorgroef | verleden tijd |
| doorgroef | bijzin, verleden tijd |
| doorgroeft | bijzin, verleden tijd |
| doorgroeven | bijzin, verleden tijd |
| er is doorgegraven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er is doorgraven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was doorgegraven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er was doorgraven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd doorgegraven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er werd doorgraven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt doorgegraven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er wordt doorgraven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal doorgegraven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal doorgegraven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zal doorgraven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal doorgraven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou doorgegraven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou doorgegraven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| er zou doorgraven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou doorgraven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| graaf door | gebiedende wijs |
| had doorgegraven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doorgegraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doorgegraven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| had doorgraven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doorgraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doorgraven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doorgegraven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doorgegraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doorgegraven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doorgraven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doorgraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doorgraven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt doorgegraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadt doorgraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb doorgegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| heb doorgraven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgegraven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doorgegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doorgegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebben doorgraven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doorgraven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doorgraven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt doorgegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebt doorgraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| heeft doorgraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgraven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is doorgegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is doorgraven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te doorgraven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben doorgegraven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben doorgraven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doorgraven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren doorgegraven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| waren doorgraven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was doorgegraven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was doorgraven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd doorgegraven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd doorgraven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden doorgegraven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werden doorgraven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden doorgegraven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| worden doorgraven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt doorgegraven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt doorgraven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal doorgegraven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgegraven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doorgegraven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doorgegraven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal doorgegraven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doorgraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doorgraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doorgraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doorgraven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doorgraven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doorgraven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doorgraven | bijzin, toekomende tijd |
| zal doorgraven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgraven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doorgraven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doorgraven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal doorgraven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn doorgegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijn doorgraven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou doorgegraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgegraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgegraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doorgegraven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou doorgegraven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doorgraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doorgraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doorgraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou doorgraven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doorgraven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doorgraven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou doorgraven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou doorgraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
Woordvorm
- voortgaan met graven.
- door te graven in tweeën snijden.
- voltooid deelwoord van doorgraven
Vervoeging van doorgraven
doorgravenhele werkwoord — doorgroefverleden tijd enkelvoud — doorgroevenverleden tijd meervoud — doorgegravenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | doorgraaf | doorgroef |
| jij | doorgraaft | doorgroef |
| hij, zij, het | doorgraaft | doorgroef |
| wij | graven door | doorgroeven |
| jullie | graven door | doorgroeven |
| zij | graven door | doorgroeven |
Alle 190 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| [B] dóórgraven | canonical |
| door te graven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| door te zullen graven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| door zal graven | bijzin, toekomende tijd |
| door zou graven | bijzin, voorwaardelijk |
| door zouden graven | bijzin, voorwaardelijk |
| door zoudt graven | bijzin, voorwaardelijk |
| door zullen graven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| door zullen graven | bijzin, toekomende tijd |
| door zult graven | bijzin, toekomende tijd |
| doorgegraven | verleden tijd, deelwoord |
| doorgegraven te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorgegraven te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorgegraven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgegraven te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgegraven te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgegraven worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgegraven zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgegraven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgegraven zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgegraven zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgraaf | gebiedende wijs |
| doorgraaf | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doorgraaft | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doorgrave | aanvoegende wijs |
| doorgraven te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorgraven te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorgraven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgraven te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgraven te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgraven worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgraven zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgraven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgraven zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgraven zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgravend | onvoltooid, deelwoord |
| doorgroef | bijzin, verleden tijd |
| doorgroeft | bijzin, verleden tijd |
| doorgroeven | bijzin, verleden tijd |
| er is doorgegraven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er is doorgraven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was doorgegraven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er was doorgraven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd doorgegraven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er werd doorgraven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt doorgegraven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er wordt doorgraven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal doorgegraven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal doorgegraven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zal doorgraven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal doorgraven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou doorgegraven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou doorgegraven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| er zou doorgraven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou doorgraven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| graaf door | gebiedende wijs |
| groef door | verleden tijd |
| had doorgegraven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doorgegraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doorgegraven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| had doorgraven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doorgraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doorgraven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doorgegraven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doorgegraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doorgegraven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doorgraven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doorgraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doorgraven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt doorgegraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadt doorgraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb doorgegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| heb doorgraven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgegraven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doorgegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doorgegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebben doorgraven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doorgraven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doorgraven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt doorgegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebt doorgraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| heeft doorgraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgraven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is doorgegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is doorgraven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te doorgraven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben doorgegraven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben doorgraven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doorgraven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren doorgegraven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| waren doorgraven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was doorgegraven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was doorgraven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd doorgegraven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd doorgraven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden doorgegraven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werden doorgraven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden doorgegraven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| worden doorgraven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt doorgegraven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt doorgraven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal doorgegraven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgegraven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doorgegraven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doorgegraven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal doorgegraven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doorgraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doorgraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doorgraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doorgraven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doorgraven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doorgraven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doorgraven | bijzin, toekomende tijd |
| zal doorgraven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgraven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doorgraven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doorgraven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal doorgraven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn doorgegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijn doorgraven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou doorgegraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgegraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgegraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doorgegraven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou doorgegraven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doorgraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doorgraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doorgraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou doorgraven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doorgraven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doorgraven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou doorgraven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou doorgraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
Woordfamilie van doorgraven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doorgegraven | voltooid deelwoord | doorgraven |
| doorgraaf | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doorgraven |
| doorgraaft | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doorgraven |
| doorgrave | aanvoegende wijs | doorgraven |
| doorgravend | onvoltooid deelwoord | doorgraven |
| doorgravende | woordvorm | doorgraven |
| graaf door | gebiedende wijs | doorgraven |
| graaft door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | doorgraven |
| grave door | woordvorm | doorgraven |
| graven door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | doorgraven |
| groef door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 1e persoon | doorgraven |
| groeven door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | doorgraven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorgraven zijn vastgelegd.