Naar de inhoud

doorgraven

door te graven in tweeën snijden, gravend gaan door

doorgraven

werkwoord dorˈɣravə(n)

Betekenis

  1. door te graven in tweeën snijden, gravend gaan door
  2. voortgaan met graven.
  3. door te graven in tweeën snijden.

Hoe spreek je doorgraven uit?

/dorˈxravən/

Doorgraven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /dorˈxravən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
o boot
r rood
x acht
a maan
v vis
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van doorgraven

doorgravenhele werkwoord — doorgroefverleden tijd enkelvoud — doorgroevenverleden tijd meervoud — doorgegravenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik doorgraaf doorgroef
jij doorgraaft doorgroef
hij, zij, het doorgraaft doorgroef
wij graven door doorgroeven
jullie graven door doorgroeven
zij graven door doorgroeven
Alle 191 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
[A] doorgráven canonical
door te graven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
door te zullen graven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
door zal graven bijzin, toekomende tijd
door zou graven bijzin, voorwaardelijk
door zouden graven bijzin, voorwaardelijk
door zoudt graven bijzin, voorwaardelijk
door zullen graven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
door zullen graven bijzin, toekomende tijd
door zult graven bijzin, toekomende tijd
doorgegraven verleden tijd, deelwoord
doorgegraven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgegraven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgegraven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgegraven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgegraven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgegraven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgegraven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgegraven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgegraven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgegraven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgraaf gebiedende wijs
doorgraaf bijzin, tegenwoordige tijd
doorgraaft bijzin, tegenwoordige tijd
doorgrave aanvoegende wijs
doorgraven verleden tijd, deelwoord
doorgraven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgraven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgraven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgraven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgraven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgraven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgraven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgraven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgraven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgraven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgravend onvoltooid, deelwoord
doorgroef verleden tijd
doorgroef bijzin, verleden tijd
doorgroeft bijzin, verleden tijd
doorgroeven bijzin, verleden tijd
er is doorgegraven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er is doorgraven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was doorgegraven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er was doorgraven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd doorgegraven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er werd doorgraven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt doorgegraven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er wordt doorgraven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal doorgegraven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doorgegraven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zal doorgraven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doorgraven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou doorgegraven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doorgegraven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
er zou doorgraven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doorgraven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
graaf door gebiedende wijs
had doorgegraven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorgegraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorgegraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
had doorgraven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorgraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorgraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorgegraven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorgegraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorgegraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorgraven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorgraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorgraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doorgegraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadt doorgraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doorgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
heb doorgraven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgegraven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebben doorgraven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorgraven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorgraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doorgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebt doorgraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
heeft doorgraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is doorgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is doorgraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te doorgraven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben doorgegraven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben doorgraven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doorgraven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren doorgegraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
waren doorgraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doorgegraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doorgraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd doorgegraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd doorgraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden doorgegraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werden doorgraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden doorgegraven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
worden doorgraven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt doorgegraven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt doorgraven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal doorgegraven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgegraven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorgegraven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorgegraven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal doorgegraven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorgraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorgraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorgraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorgraven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorgraven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorgraven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorgraven bijzin, toekomende tijd
zal doorgraven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgraven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorgraven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorgraven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal doorgraven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn doorgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijn doorgraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou doorgegraven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgegraven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgegraven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorgegraven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou doorgegraven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorgraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doorgraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doorgraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doorgraven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doorgraven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doorgraven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doorgraven bijzin, voorwaardelijk
zou doorgraven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon

Woordvorm

  • voortgaan met graven.
  • door te graven in tweeën snijden.
  • voltooid deelwoord van doorgraven

Vervoeging van doorgraven

doorgravenhele werkwoord — doorgroefverleden tijd enkelvoud — doorgroevenverleden tijd meervoud — doorgegravenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik doorgraaf doorgroef
jij doorgraaft doorgroef
hij, zij, het doorgraaft doorgroef
wij graven door doorgroeven
jullie graven door doorgroeven
zij graven door doorgroeven
Alle 190 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
[B] dóórgraven canonical
door te graven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
door te zullen graven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
door zal graven bijzin, toekomende tijd
door zou graven bijzin, voorwaardelijk
door zouden graven bijzin, voorwaardelijk
door zoudt graven bijzin, voorwaardelijk
door zullen graven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
door zullen graven bijzin, toekomende tijd
door zult graven bijzin, toekomende tijd
doorgegraven verleden tijd, deelwoord
doorgegraven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgegraven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgegraven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgegraven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgegraven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgegraven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgegraven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgegraven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgegraven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgegraven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgraaf gebiedende wijs
doorgraaf bijzin, tegenwoordige tijd
doorgraaft bijzin, tegenwoordige tijd
doorgrave aanvoegende wijs
doorgraven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgraven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgraven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgraven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgraven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgraven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgraven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgraven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgraven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgraven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgravend onvoltooid, deelwoord
doorgroef bijzin, verleden tijd
doorgroeft bijzin, verleden tijd
doorgroeven bijzin, verleden tijd
er is doorgegraven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er is doorgraven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was doorgegraven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er was doorgraven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd doorgegraven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er werd doorgraven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt doorgegraven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er wordt doorgraven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal doorgegraven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doorgegraven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zal doorgraven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doorgraven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou doorgegraven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doorgegraven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
er zou doorgraven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doorgraven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
graaf door gebiedende wijs
groef door verleden tijd
had doorgegraven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorgegraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorgegraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
had doorgraven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorgraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorgraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorgegraven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorgegraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorgegraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorgraven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorgraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorgraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doorgegraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadt doorgraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doorgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
heb doorgraven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgegraven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebben doorgraven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorgraven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorgraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doorgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebt doorgraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
heeft doorgraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is doorgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is doorgraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te doorgraven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben doorgegraven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben doorgraven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doorgraven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren doorgegraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
waren doorgraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doorgegraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doorgraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd doorgegraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd doorgraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden doorgegraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werden doorgraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden doorgegraven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
worden doorgraven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt doorgegraven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt doorgraven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal doorgegraven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgegraven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorgegraven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorgegraven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal doorgegraven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorgraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorgraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorgraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorgraven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorgraven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorgraven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorgraven bijzin, toekomende tijd
zal doorgraven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgraven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorgraven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorgraven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal doorgraven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn doorgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijn doorgraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou doorgegraven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgegraven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgegraven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorgegraven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou doorgegraven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorgraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doorgraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doorgraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doorgraven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doorgraven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doorgraven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doorgraven bijzin, voorwaardelijk
zou doorgraven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgraven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon

Woordfamilie van doorgraven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doorgegraven voltooid deelwoord doorgraven
doorgraaf subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorgraven
doorgraaft subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorgraven
doorgrave aanvoegende wijs doorgraven
doorgravend onvoltooid deelwoord doorgraven
doorgravende woordvorm doorgraven
graaf door gebiedende wijs doorgraven
graaft door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon doorgraven
grave door woordvorm doorgraven
graven door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon doorgraven
groef door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 1e persoon doorgraven
groeven door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doorgraven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorgraven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over doorgraven

Hoe spreek ik doorgraven uit?
Zo spreek je doorgraven uit: /dorˈɣravə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van doorgraven?
Doorgraven is een werkwoord. De betekenis is: door te graven in tweeën snijden, gravend gaan door. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik doorgraven?
Zo vervoeg je doorgraven zo: de tegenwoordige tijd is doorgraaf, de verleden tijd is doorgroef en het voltooid deelwoord is doorgegraven. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op doorgraven?

In dit woordenboek rijmen 16 woorden op -aven op doorgraven, zoals graven, ondergraven en aanloophaven. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op doorgraven, uitspraak dorˈxravən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
graven 2
ondergraven 4
aanloophaven 4
aanvoerhaven 4
beschaven 3
oorlogshaven 4
aanleghaven 4
gaven 2
molengraven 4
opengraven 4
slaven 2
uitvalshaven 4
uitwijkhaven 4
wandelstaven 4
wegenschaven 4
zuurkoolschaven 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doorgraven is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. G 3
  6. R 2
  7. A 1
  8. V 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doorgraven levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. G 3
  6. R 2
  7. A 1
  8. V 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doorgraven in het kort

doorgraven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van doorgraven staan er 132 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort doorgraven bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

doorgraven: door te graven in tweeën snijden, gravend gaan door
Deel doorgraven — standaardnederlands.nl