deuk
zelfstandig naamwoord, werkwoord /døk/Betekenis
- vervorming van het oppervlak van een voorwerp in de vorm van een put of uitholling, meest veroorzaakt door botsing met een ander voorwerp
- psychologische schade
- een slappe lach
Hoe spreek je deuk uit?
/døk/
Deuk bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ø | deur |
| k | kat |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| deuken | meervoud |
| deukje | verkleinwoord, enkelvoud |
| deukjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van deuken
- gebiedende wijs van deuken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van deuken
Vervoeging van deuk
deukhele werkwoord
Woordfamilie van deuk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| deukje | verkleinwoord | deuk |
| deukjes | verkleinwoord meervoud | deuk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van deuk zijn vastgelegd.