degenereren
werkwoordBetekenis
- ontaarden
- langzaam achteruitgaan in levensvatbaarheid, in kwaliteit
Vervoeging van degenereren
degenererenhele werkwoord — degenereerdeverleden tijd enkelvoud — degenereerdenverleden tijd meervoud — gedegenereerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | degenereer | degenereerde |
| jij | degenereert | degenereerde |
| hij, zij, het | degenereert | degenereerde |
| wij | degenereren | degenereerden |
| jullie | degenereren | degenereerden |
| zij | degenereren | degenereerden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben gedegenereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedegenereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| degenereer | gebiedende wijs |
| degenereerde | verleden tijd |
| degenerere | aanvoegende wijs |
| degenererend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedegenereerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedegenereerd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedegenereerd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is gedegenereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedegenereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te degenereren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn gedegenereerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen degenereren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedegenereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedegenereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedegenereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedegenereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedegenereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedegenereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedegenereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal degenereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal degenereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal degenereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedegenereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedegenereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedegenereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedegenereerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gedegenereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedegenereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedegenereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedegenereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou degenereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou degenereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou degenereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedegenereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedegenereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedegenereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden degenereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden degenereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden degenereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedegenereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedegenereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedegenereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt degenereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedegenereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen degenereren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen degenereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen degenereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen degenereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedegenereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedegenereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedegenereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult degenereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedegenereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘ontaarden’ voor het eerst aangetroffen in 1582
Woordfamilie van degenereren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| degenereer | gebiedende wijs | degenereren |
| degenereerde | verleden tijd | degenereren |
| degenereerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | degenereren |
| degenereert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | degenereren |
| degenerere | aanvoegende wijs | degenereren |
| degenererend | onvoltooid deelwoord | degenereren |
| degenererende | woordvorm | degenereren |
| gedegenereerd | voltooid deelwoord | degenereren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van degenereren zijn vastgelegd.