citer
zelfstandig naamwoord ˈsitərBetekenis
- een snaarinstrument dat voornamelijk gebruikt wordt in het Duitstalige deel van Europa
- (voor een medaille, e.d.)
Hoe spreek je citer uit?
/ˈsitər/
Citer bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| i | riet |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| citers | meervoud |
| citertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| citertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Duits Zither, in de betekenis van "snaarinstrument" voor het eerst aangetroffen in het jaar 1588
Woordfamilie van citer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| citers | meervoud | citer |
| citertje | verkleinwoord | citer |
| citertjes | verkleinwoord meervoud | citer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van citer zijn vastgelegd.