arbiter
zelfstandig naamwoord ɑr'bitərBetekenis
- scheidsrechter bij een wedstrijd
- iemand die bij een geschil een schikking treft, zodat een rechtszaak overbodig wordt
Hoe spreek je arbiter uit?
/ɑrˈbitər/
Arbiter bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| r | rood |
| b | bak |
| i | riet |
| t | tak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| arbiters | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘scheidsrechter’ voor het eerst aangetroffen in 1488
Woordfamilie van arbiter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| arbiters | meervoud | arbiter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van arbiter zijn vastgelegd.