tinnegieter
zelfstandig naamwoord ˈtɪnəˌɣitərBetekenis
- iemand die voorwerpen maakt door het metaal tin te smelten en in vormen te laten stollen en daarna af te werken
Hoe spreek je tinnegieter uit?
/ˈtɪnəˌxitər/
Tinnegieter bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| ə | de |
| x | acht |
| i | riet |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand die zich met veel gedrevenheid maar weinig kennis en ervaring op een bepaald vakgebied actief is#:▸ Hij fulmineerde over „alle intellectuelen, half- en namaakintellectuelen, geleerden, pseudo-geleerden, journalisten, columnisten, politici, volksmenners, partij-ideologen en wijsgerige tinnegieters” die van mening waren dat de nationale identiteit versterkt kon worden door meer aandacht te besteden aan de vaderlandse geschiedenis. figuratively, pejorative
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tinnegieters | meervoud |
Herkomst
[1] van Middelnederlands tinnegieter, aangetroffen vanaf 1397; op te vatten als samenstellende afleiding van tin zn en giet ww met het invoegsel -e- en met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van tinnegieter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tinnegieters | meervoud | tinnegieter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tinnegieter zijn vastgelegd.