breedte
zelfstandig naamwoord 'bretəBetekenis
- afmeting loodrecht op de hoogte of de lengte
- de langs een meridiaan gemeten afstand in booggraden, vanaf de evenaar totaan een punt van beschouwing. Het hoogste punt, de pool, ligt op 90 graden noord of zuid.
Hoe spreek je breedte uit?
/ˈbretə/
Breedte bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| e | veel |
| t | tak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| breedten | meervoud |
| breedtes | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘kortste afmeting’ voor het eerst aangetroffen in 1201
Woordfamilie van breedte
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| breedten | meervoud | breedte |
| breedtes | meervoud | breedte |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van breedte zijn vastgelegd.