meridiaan
zelfstandig naamwoordBetekenis
- halve cirkel die de beide polen met elkaar verbindt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| meridiaantje | verkleinwoord, enkelvoud |
| meridiaantjes | verkleinwoord, meervoud |
| meridianen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘cirkel over aardoppervlak’ voor het eerst aangetroffen in 1595
Woordfamilie van meridiaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| meridiaantje | verkleinwoord | meridiaan |
| meridiaantjes | verkleinwoord meervoud | meridiaan |
| meridianen | meervoud | meridiaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meridiaan zijn vastgelegd.