breedtecirkel
zelfstandig naamwoord 'bretəsɪrkəlBetekenis
- een cirkel op het aardoppervlak, parallel aan de evenaar, waarop alle punten met gelijke geografische breedte (noord of zuid) liggen
Hoe spreek je breedtecirkel uit?
/ˈbretəsɪrkəl/
Breedtecirkel bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| e | veel |
| t | tak |
| ə | de |
| s | sok |
| ɪ | pit |
| k | kat |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| breedtecirkels | meervoud |
| breedtecirkeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| breedtecirkeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van breedte zn en cirkel zn
Woordfamilie van breedtecirkel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| breedtecirkels | meervoud | breedtecirkel |
| breedtecirkeltje | verkleinwoord | breedtecirkel |
| breedtecirkeltjes | verkleinwoord meervoud | breedtecirkel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van breedtecirkel zijn vastgelegd.