Naar de inhoud

verblijden

het blij maken van een persoon of meerdere personen

verblijden

werkwoord

Betekenis

  1. het blij maken van een persoon of meerdere personen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van verblijden

verblijdenhele werkwoord — verblijddeverleden tijd enkelvoud — verblijddenverleden tijd meervoud — verblijdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verblijd verblijdde
jij verblijdt verblijdde
hij, zij, het verblijdt verblijdde
wij verblijden verblijdden
jullie verblijden verblijdden
zij verblijden verblijdden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verblijd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verblijd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verblijd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verblijd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verblijd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verblijd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verblijd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verblijd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verblijd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verblijd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verblijd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verblijd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verblijd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verblijd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verblijd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verblijd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verblijd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verblijd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verblijd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verblijd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verblijd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verblijd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verblijd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verblijd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verblijd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verblijd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verblijd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verblijd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verblijden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verblijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verblijd gebiedende wijs
verblijd verleden tijd, deelwoord
verblijd me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verblijd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verblijd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verblijd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verblijd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verblijd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verblijd u/je , verblijdt je gebiedende wijs
verblijd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verblijd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verblijd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verblijd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verblijd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verblijdde verleden tijd
verblijdde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verblijdde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
verblijdde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verblijdde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verblijdde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
verblijdde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verblijdde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verblijdden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verblijdden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
verblijdden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
verblijde aanvoegende wijs
verblijde zich aanvoegende wijs
verblijden je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verblijden ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verblijden zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verblijdend onvoltooid, deelwoord
verblijdt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verblijdt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verblijdt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verblijdt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verblijdt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verblijdt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
waart verblijd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verblijd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verblijd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verblijd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verblijd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verblijd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verblijd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verblijd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verblijd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verblijd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verblijd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verblijd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verblijd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verblijd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verblijd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verblijd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verblijd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verblijd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verblijd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verblijd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me verblijden eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal verblijd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verblijd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verblijd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verblijd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verblijd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verblijd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verblijd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verblijden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verblijden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verblijden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich verblijden derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je verblijden tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich verblijd hebben verleden tijd
zich verblijdend onvoltooid, deelwoord
zijn verblijd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verblijd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verblijd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verblijd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verblijd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verblijd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verblijd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verblijd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verblijd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verblijd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verblijd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verblijd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verblijd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verblijden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verblijden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verblijden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verblijd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verblijd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verblijd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verblijd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verblijd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verblijd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verblijd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verblijd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verblijd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verblijden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verblijden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verblijden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verblijd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verblijd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verblijd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verblijden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen je verblijden tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons verblijden eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen verblijd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verblijd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van blij met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verblijden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verblijdde verleden tijd verblijden
verblijdden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verblijden
verblijdend onvoltooid deelwoord verblijden
verblijdende woordvorm verblijden
verblijdt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verblijden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verblijden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verblijden

Wat is de betekenis van verblijden?
Verblijden is een werkwoord. De betekenis is: het blij maken van een persoon of meerdere personen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verblijden?
Zo vervoeg je verblijden zo: de tegenwoordige tijd is verblijd, de verleden tijd is verblijdde en het voltooid deelwoord is verblijd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verblijden is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. B 3
  5. L 3
  6. I 1
  7. J 4
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verblijden levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. B 4
  5. L 3
  6. I 2
  7. J 4
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 24 zonder bonus
  12. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verblijden in het kort

verblijden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verblijden staan er 102 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verblijden bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verblijden: het blij maken van een persoon of meerdere personen
Deel verblijden — standaardnederlands.nl