Naar de inhoud

prikkelen

(herhaaldelijk) prikken

prikkelen is meer dan één woord

prikkelen

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈprɪkələn/

Betekenis

  1. (herhaaldelijk) prikken
  2. aansporen, aanzetten
  3. ergeren, ergernis opwekken
  4. irriteren
  5. in de zinnen ~: seksueel opwinden

Hoe spreek je prikkelen uit?

/ˈprɪkələn/

Prikkelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈprɪkələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
p pak
r rood
ɪ pit
k kat
ə de
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. prikken

Vervoeging van prikkelen

prikkelenhele werkwoord — prikkeldeverleden tijd enkelvoud — prikkeldenverleden tijd meervoud — geprikkeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik prikkel prikkelde
jij prikkelt prikkelde
hij, zij, het prikkelt prikkelde
wij prikkelen prikkelden
jullie prikkelen prikkelden
zij prikkelen prikkelden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geprikkeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geprikkeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geprikkeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geprikkeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geprikkeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geprikkeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geprikkeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geprikkeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geprikkeld verleden tijd, deelwoord
geprikkeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geprikkeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geprikkeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geprikkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geprikkeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geprikkeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geprikkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geprikkeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geprikkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geprikkeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geprikkeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geprikkeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geprikkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geprikkeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geprikkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geprikkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geprikkeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
prikkel gebiedende wijs
prikkelde verleden tijd
prikkele aanvoegende wijs
prikkelend onvoltooid, deelwoord
te hebben geprikkeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te prikkelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen prikkelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geprikkeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geprikkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geprikkeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal prikkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal prikkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal prikkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geprikkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geprikkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geprikkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou prikkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou prikkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou prikkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geprikkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geprikkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geprikkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden prikkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden prikkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden prikkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geprikkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt prikkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geprikkeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geprikkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geprikkeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen prikkelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen prikkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen prikkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen prikkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geprikkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult prikkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord prikkel

Herkomst

Ontwikkeld uit Middelnederlands prickelen, in de betekenis van ‘prikken, aansporen’ voor het eerst aangetroffen in 1401.

Woordfamilie van prikkelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
prikkelde verleden tijd prikkelen
prikkelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon prikkelen
prikkele aanvoegende wijs prikkelen
prikkelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon prikkelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van prikkelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over prikkelen

Hoe spreek je prikkelen uit?
De uitspraak van prikkelen is: /ˈprɪkələn/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent prikkelen?
Prikkelen is een werkwoord. Het woord betekent: (herhaaldelijk) prikken. Deze pagina beschrijft 6 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je prikkelen?
Je vervoegt prikkelen als volgt: de tegenwoordige tijd is prikkel, de verleden tijd is prikkelde en het voltooid deelwoord is geprikkeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op prikkelen?

Op prikkelen rijmen 2 woorden, onder andere tikkelen en bikkelen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op prikkelen, uitspraak ˈprɪkələn, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
tikkelen 3
bikkelen 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord prikkelen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. R 2
  3. I 1
  4. K 3
  5. K 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

prikkelen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. R 2
  3. I 2
  4. K 3
  5. K 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

prikkelen in het kort

prikkelen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 6 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van prikkelen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort prikkelen bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

prikkelen: (herhaaldelijk) prikken
Deel prikkelen — standaardnederlands.nl