bekappen
werkwoordBetekenis
- de hoeven van dieren verzorgen
werkwoord
- van een bekapping voorzien transitive
- door kappen bewerken transitive
Vervoeging van bekappen
bekappenhele werkwoord — bekapteverleden tijd enkelvoud — bekaptenverleden tijd meervoud — bekaptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bekap | bekapte |
| jij | bekapt | bekapte |
| hij, zij, het | bekapt | bekapte |
| wij | bekappen | bekapten |
| jullie | bekappen | bekapten |
| zij | bekappen | bekapten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| bekap | gebiedende wijs |
| bekappe | aanvoegende wijs |
| bekappend | onvoltooid, deelwoord |
| bekapt | verleden tijd, deelwoord |
| bekapt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bekapt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bekapt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bekapt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bekapt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bekapt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bekapt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bekapt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bekapt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bekapt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bekapte | verleden tijd |
| ben bekapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bekapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is bekapt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bekapt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bekapt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bekapt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bekapt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bekapt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bekapt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bekapt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bekapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bekapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bekapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bekapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bekapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bekapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bekapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bekapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bekapt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bekapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bekapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bekapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bekapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bekapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bekapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bekapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bekapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bekappen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bekapt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bekappen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bekapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bekapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bekapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bekapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bekapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bekapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bekapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bekapt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bekapt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bekapt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bekapt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bekapt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bekapt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bekapt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bekapt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bekapt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bekapt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bekapt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bekapt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bekapt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bekappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bekappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bekappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bekapt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bekapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bekapt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bekapt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bekapt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bekapt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bekapt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn bekapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bekapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bekapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bekapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bekappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bekappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bekappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bekapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bekapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bekapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bekapt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bekapt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bekapt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bekapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bekapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bekapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bekappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bekappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bekappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bekapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bekapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bekapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bekapt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bekapt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bekapt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bekapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bekapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bekapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bekappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bekapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bekapt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bekapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bekappen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bekappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bekappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bekappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bekapt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bekapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bekapt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bekapt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bekapt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bekapt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bekapt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bekapt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bekapt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bekappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bekapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bekapt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bekapt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van kap met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van bekappen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bekap | gebiedende wijs | bekappen |
| bekappe | aanvoegende wijs | bekappen |
| bekappend | onvoltooid deelwoord | bekappen |
| bekappende | woordvorm | bekappen |
| bekapt | voltooid deelwoord | bekappen |
| bekapte | verleden tijd | bekappen |
| bekapten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bekappen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bekappen zijn vastgelegd.