baarmoeder
zelfstandig naamwoord ˈbarmudərBetekenis
- een voortplantingsorgaan van vrouwen waarin de vrucht zich ontwikkelt
Hoe spreek je baarmoeder uit?
/ˈbarmudər/
Baarmoeder bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| a | maan |
| r | rood |
| m | maan |
| u | boek |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- voortplantingsorgaan van vrouwen waarin de vrucht zich ontwikkelt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| baarmoeders | meervoud |
| baarmoedertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| baarmoedertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands baermoeder, op te vatten als samenstelling van baar ww en moeder zn , in de betekenis van ‘uterus’ aangetroffen vanaf 1351
Woordfamilie van baarmoeder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| baarmoeders | meervoud | baarmoeder |
| baarmoedertje | verkleinwoord | baarmoeder |
| baarmoedertjes | verkleinwoord meervoud | baarmoeder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van baarmoeder zijn vastgelegd.