bannen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand de toegang tot iets weigeren
- uitbannen
- verbannen, verdrijven
werkwoord
- iets verwijderen; iets niet toelaten
Vervoeging van bannen
bannenhele werkwoord — bandeverleden tijd enkelvoud — bandenverleden tijd meervoud — gebannenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ban | bande |
| jij | bant | bande |
| hij, zij, het | bant | bande |
| wij | bannen | banden |
| jullie | bannen | banden |
| zij | bannen | banden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ban | gebiedende wijs |
| bande | verleden tijd |
| banne | aanvoegende wijs |
| bannend | onvoltooid, deelwoord |
| ben gebannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gebannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gebannen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gebannen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gebannen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gebannen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gebannen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gebannen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gebannen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gebannen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gebannen | verleden tijd, deelwoord |
| gebannen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gebannen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gebannen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebannen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebannen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebannen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gebannen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gebannen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gebannen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gebannen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gebannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gebannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gebannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gebannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gebannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gebannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gebannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gebannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebannen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gebannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gebannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gebannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gebannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gebannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bannen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gebannen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gebannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gebannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gebannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gebannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gebannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gebannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gebannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gebannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gebannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gebannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gebannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gebannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gebannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gebannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gebannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gebannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gebannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gebannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gebannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gebannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gebannen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gebannen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gebannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gebannen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebannen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gebannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gebannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gebannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gebannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gebannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gebannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gebannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gebannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gebannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gebannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gebannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gebannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gebannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gebannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gebannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gebannen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebannen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gebannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gebannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gebannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gebannen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebannen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebannen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gebannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gebannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gebannen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord ban
Herkomst
van Middelnederlands bannen
Woordfamilie van bannen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bande | verleden tijd | bannen |
| bannend | onvoltooid deelwoord | bannen |
| bannende | woordvorm | bannen |
| bant | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bannen |
| gebannen | voltooid deelwoord | bannen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bannen zijn vastgelegd.