bandijk
zelfstandig naamwoord 'bɑndɛɪkBetekenis
- rivierdijk, geschikt om de hoogste waterstanden bij open rivier te keren
Hoe spreek je bandijk uit?
/ˈbɑndɛik/
Bandijk bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| d | dak |
| ɛi | trein |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bandijken | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘rivierdijk’ voor het eerst aangetroffen in 1284
Woordfamilie van bandijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bandijken | meervoud | bandijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bandijk zijn vastgelegd.