Naar de inhoud

assoneren

samen een assonatie vormen, rijmen op

assoneren

werkwoord

Betekenis

  1. samen een assonatie vormen, rijmen op

Vervoeging van assoneren

assonerenhele werkwoord — assoneerdeverleden tijd enkelvoud — assoneerdenverleden tijd meervoud — geassoneerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik assoneer assoneerde
jij assoneert assoneerde
hij, zij, het assoneert assoneerde
wij assoneren assoneerden
jullie assoneren assoneerden
zij assoneren assoneerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
assoneer gebiedende wijs
assoneerde verleden tijd
assonere aanvoegende wijs
assonerend onvoltooid, deelwoord
er is geassoneerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geassoneerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geassoneerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geassoneerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geassoneerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geassoneerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geassoneerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geassoneerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geassoneerd verleden tijd, deelwoord
geassoneerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geassoneerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geassoneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geassoneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geassoneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geassoneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geassoneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geassoneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geassoneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geassoneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geassoneerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geassoneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geassoneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geassoneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geassoneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geassoneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geassoneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te assoneren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geassoneerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen assoneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal assoneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal assoneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal assoneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geassoneerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geassoneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geassoneerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou assoneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou assoneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou assoneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geassoneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geassoneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geassoneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden assoneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden assoneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden assoneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geassoneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geassoneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geassoneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt assoneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geassoneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen assoneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen assoneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen assoneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen assoneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geassoneerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geassoneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geassoneerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult assoneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geassoneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse assoner (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van assoneren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
assoneer gebiedende wijs assoneren
assoneerde verleden tijd assoneren
assoneerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon assoneren
assoneert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon assoneren
assonere aanvoegende wijs assoneren
assonerend onvoltooid deelwoord assoneren
assonerende woordvorm assoneren
geassoneerd voltooid deelwoord assoneren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van assoneren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over assoneren

Wat is de betekenis van assoneren?
Assoneren is een werkwoord. De betekenis is: samen een assonatie vormen, rijmen op.
Hoe vervoeg ik assoneren?
Zo vervoeg je assoneren zo: de tegenwoordige tijd is assoneer, de verleden tijd is assoneerde en het voltooid deelwoord is geassoneerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord assoneren is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. S 2
  3. S 2
  4. O 1
  5. N 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

assoneren levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. S 2
  3. S 2
  4. O 1
  5. N 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 12 zonder bonus
  11. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (S) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

assoneren in het kort

assoneren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van assoneren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort assoneren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

assoneren: samen een assonatie vormen, rijmen op
Deel assoneren — standaardnederlands.nl