antwoorden
werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈɑnt.ʋɔːr.də(n)/Betekenis
- het geven van een antwoord
Hoe spreek je antwoorden uit?
/ˈɑntwɔrdən/
Antwoorden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| w | quiz |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- als antwoord geven transitive
- reageren middels een daad of handeling transitive
Vervoeging van antwoorden
antwoordenhele werkwoord — antwoorddeverleden tijd enkelvoud — antwoorddenverleden tijd meervoud — geantwoordvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | antwoord | antwoordde |
| jij | antwoordt | antwoordde |
| hij, zij, het | antwoordt | antwoordde |
| wij | antwoorden | antwoordden |
| jullie | antwoorden | antwoordden |
| zij | antwoorden | antwoordden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| antwoord | gebiedende wijs |
| antwoordde | verleden tijd |
| antwoorde | aanvoegende wijs |
| antwoordend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geantwoord | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geantwoord | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geantwoord | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geantwoord | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geantwoord worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geantwoord zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geantwoord worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geantwoord zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geantwoord | verleden tijd, deelwoord |
| geantwoord te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geantwoord zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geantwoord | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geantwoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geantwoord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geantwoord | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geantwoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geantwoord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geantwoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geantwoord | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geantwoord | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geantwoord | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geantwoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geantwoord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geantwoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geantwoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geantwoord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te antwoorden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geantwoord | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen antwoorden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal antwoorden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal antwoorden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal antwoorden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geantwoord hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geantwoord hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geantwoord hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou antwoorden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou antwoorden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou antwoorden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geantwoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geantwoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geantwoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden antwoorden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden antwoorden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden antwoorden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geantwoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geantwoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geantwoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt antwoorden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geantwoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen antwoorden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen antwoorden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen antwoorden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen antwoorden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geantwoord hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geantwoord hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geantwoord hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult antwoorden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geantwoord hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord antwoord
Herkomst
afgeleid van antwoord met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van antwoorden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| antwoordde | verleden tijd | antwoorden |
| antwoordden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | antwoorden |
| antwoorde | aanvoegende wijs | antwoorden |
| antwoordend | onvoltooid deelwoord | antwoorden |
| antwoordende | woordvorm | antwoorden |
| antwoordt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | antwoorden |
| geantwoord | voltooid deelwoord | antwoorden |
| geantwoorde | woordvorm | antwoorden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van antwoorden zijn vastgelegd.