antwoord
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ˈɑnt.ʋɔːrt/Betekenis
- de reactie op een vraag, van repliek voorzien (mondeling of schriftelijk)
- reactie, van repliek voorzien
- oplossing voor een gesteld probleem
- antwoorden
Hoe spreek je antwoord uit?
/ˈɑntwɔrt/
Antwoord bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| w | quiz |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| antwoorden | meervoud |
| antwoordje | verkleinwoord, enkelvoud |
| antwoordjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van antwoorden
- gebiedende wijs van antwoorden
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van antwoorden
Vervoeging van antwoord
antwoordhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘bescheid’ voor het eerst aangetroffen in 1100
Woordfamilie van antwoord
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| antwoordje | verkleinwoord | antwoord |
| antwoordjes | verkleinwoord meervoud | antwoord |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van antwoord zijn vastgelegd.