apenkooien
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- apenkooi spelen (tikkertje in de gymnastiekzaal waarbij alle gymtoestellen opgesteld staan)
Vervoeging van apenkooien
apenkooienhele werkwoord — apenkooideverleden tijd enkelvoud — apenkooidenverleden tijd meervoud — geapenkooidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | apenkooi | apenkooide |
| jij | apenkooit | apenkooide |
| hij, zij, het | apenkooit | apenkooide |
| wij | apenkooien | apenkooiden |
| jullie | apenkooien | apenkooiden |
| zij | apenkooien | apenkooiden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| apenkooi | gebiedende wijs |
| apenkooide | verleden tijd |
| apenkooie | aanvoegende wijs |
| apenkooiend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geapenkooid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geapenkooid | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geapenkooid | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geapenkooid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geapenkooid worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geapenkooid zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geapenkooid worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geapenkooid zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geapenkooid | verleden tijd, deelwoord |
| geapenkooid te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geapenkooid zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geapenkooid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geapenkooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geapenkooid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geapenkooid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geapenkooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geapenkooid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geapenkooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geapenkooid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geapenkooid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geapenkooid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geapenkooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geapenkooid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geapenkooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geapenkooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geapenkooid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te apenkooien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geapenkooid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen apenkooien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal apenkooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal apenkooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal apenkooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geapenkooid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geapenkooid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geapenkooid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou apenkooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou apenkooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou apenkooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geapenkooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geapenkooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geapenkooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden apenkooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden apenkooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden apenkooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geapenkooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geapenkooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geapenkooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt apenkooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geapenkooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen apenkooien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen apenkooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen apenkooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen apenkooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geapenkooid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geapenkooid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geapenkooid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult apenkooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geapenkooid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord apenkooi
Herkomst
samenstelling van aap zn en kooien ww met het invoegsel -en-
Woordfamilie van apenkooien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| apenkooide | verleden tijd | apenkooien |
| apenkooiden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | apenkooien |
| apenkooie | aanvoegende wijs | apenkooien |
| apenkooiend | onvoltooid deelwoord | apenkooien |
| apenkooiende | woordvorm | apenkooien |
| apenkooit | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | apenkooien |
| geapenkooid | voltooid deelwoord | apenkooien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van apenkooien zijn vastgelegd.