aanraden
werkwoord ˈanradə(n)Betekenis
- raad geven om iets te doen
Hoe spreek je aanraden uit?
/ˈanradən/
Aanraden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| r | rood |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als aanraadden.
Vervoeging van aanraden
aanradenhele werkwoord — raadde aanverleden tijd enkelvoud — raadden aanverleden tijd meervoud — aangeradenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | raad aan | raadde aan |
| jij | raadt aan | raadde aan |
| hij, zij, het | raadt aan | raadde aan |
| wij | raden aan | raadden aan |
| jullie | raden aan | raadden aan |
| zij | raden aan | raadden aan |
Alle 148 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te raden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen raden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal raden | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou raden | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden raden | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt raden | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen raden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen raden | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult raden | bijzin, toekomende tijd |
| aangeraden | verleden tijd, deelwoord |
| aangeraden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangeraden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangeraden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangeraden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangeraden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangeraden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangeraden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangeraden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangeraden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangeraden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aanraad | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanraadde | bijzin, verleden tijd |
| aanraadden | bijzin, verleden tijd |
| aanraadt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanradend | onvoltooid, deelwoord |
| aanried | bijzin, verleden tijd |
| aanrieden | bijzin, verleden tijd |
| ben aangeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aangeraden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangeraden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangeraden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangeraden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangeraden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangeraden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangeraden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangeraden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangeraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangeraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangeraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangeraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangeraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangeraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangeraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangeraden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| raad aan | gebiedende wijs |
| raadde aan | verleden tijd |
| ried aan | verleden tijd |
| te hebben aangeraden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aanraden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart aangeraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangeraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangeraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangeraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangeraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangeraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangeraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangeraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangeraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangeraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangeraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangeraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangeraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangeraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangeraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangeraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangeraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangeraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangeraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangeraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aangeraden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangeraden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangeraden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangeraden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangeraden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangeraden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangeraden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aanraden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aanraden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aanraden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aanraden | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aangeraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangeraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangeraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangeraden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangeraden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangeraden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangeraden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangeraden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangeraden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aanraden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aanraden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aanraden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aanraden | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aanraden aan zou(dt) raden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangeraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangeraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangeraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangeraden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangeraden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangeraden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangeraden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangeraden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangeraden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aanraden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aanraden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aanraden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aanraden | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangeraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangeraden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangeraden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aanraden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aanraden | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangeraden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangeraden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangeraden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangeraden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangeraden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangeraden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangeraden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangeraden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangeraden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aanraden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aanraden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aanraden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van aan en raden ww
Woordfamilie van aanraden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangeraden | voltooid deelwoord | aanraden |
| aanraad | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanraden |
| aanraadde | subordinate-clause, verleden tijd | aanraden |
| aanraadden | subordinate-clause, verleden tijd | aanraden |
| aanraadt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanraden |
| aanrade | with-subordinate-clause | aanraden |
| aanradend | onvoltooid deelwoord | aanraden |
| aanradende | woordvorm | aanraden |
| aanried | subordinate-clause, verleden tijd | aanraden |
| aanrieden | subordinate-clause, verleden tijd | aanraden |
| raad aan | gebiedende wijs | aanraden |
| raadde aan | verleden tijd | aanraden |
| raadden aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aanraden |
| raadt aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aanraden |
| rade aan | woordvorm | aanraden |
| raden aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aanraden |
| ried aan | verleden tijd | aanraden |
| rieden aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aanraden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanraden zijn vastgelegd.