adviseren
werkwoordBetekenis
- raad geven aan
Vervoeging van adviseren
adviserenhele werkwoord — adviseerdeverleden tijd enkelvoud — adviseerdenverleden tijd meervoud — geadviseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | adviseer | adviseerde |
| jij | adviseert | adviseerde |
| hij, zij, het | adviseert | adviseerde |
| wij | adviseren | adviseerden |
| jullie | adviseren | adviseerden |
| zij | adviseren | adviseerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| adviseer | gebiedende wijs |
| adviseerde | verleden tijd |
| advisere | aanvoegende wijs |
| adviserend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geadviseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geadviseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geadviseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geadviseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geadviseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geadviseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geadviseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geadviseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geadviseerd | verleden tijd, deelwoord |
| geadviseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geadviseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geadviseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geadviseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geadviseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geadviseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geadviseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geadviseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geadviseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geadviseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geadviseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geadviseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geadviseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geadviseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geadviseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geadviseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geadviseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te adviseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geadviseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen adviseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal adviseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal adviseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal adviseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geadviseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geadviseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geadviseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou adviseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou adviseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou adviseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geadviseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geadviseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geadviseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden adviseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden adviseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden adviseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geadviseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geadviseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geadviseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt adviseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geadviseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen adviseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen adviseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen adviseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen adviseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geadviseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geadviseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geadviseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult adviseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geadviseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘raad geven’ voor het eerst aangetroffen in 1467
Woordfamilie van adviseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| adviseer | gebiedende wijs | adviseren |
| adviseerde | verleden tijd | adviseren |
| adviseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | adviseren |
| adviseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | adviseren |
| advisere | aanvoegende wijs | adviseren |
| geadviseerd | voltooid deelwoord | adviseren |
| geadviseerde | woordvorm | adviseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van adviseren zijn vastgelegd.