Naar de inhoud

aanporren

aansporen

aanporren

werkwoord ˈampɔrə(n)

Betekenis

  1. aansporen
  2. iemand een veelbetekenende por geven

Hoe spreek je aanporren uit?

/ˈampɔrən/

Aanporren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈampɔrən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
m maan
p pak
ɔ bot
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aanporren

aanporrenhele werkwoord — porde aanverleden tijd enkelvoud — porden aanverleden tijd meervoud — aangepordvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik por aan porde aan
jij port aan porde aan
hij, zij, het port aan porde aan
wij porren aan porden aan
jullie porren aan porden aan
zij porren aan porden aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te porren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen porren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal porren bijzin, toekomende tijd
aan zou porren bijzin, voorwaardelijk
aan zouden porren bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt porren bijzin, voorwaardelijk
aan zullen porren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen porren bijzin, toekomende tijd
aan zult porren bijzin, toekomende tijd
aangepord verleden tijd, deelwoord
aangepord te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangepord te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangepord te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangepord te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangepord te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangepord worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangepord zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangepord zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangepord zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangepord zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanpor bijzin, tegenwoordige tijd
aanporde bijzin, verleden tijd
aanporden bijzin, verleden tijd
aanporrend onvoltooid, deelwoord
aanport bijzin, tegenwoordige tijd
ben aangepord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangepord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangepord impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangepord impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangepord impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangepord impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangepord worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangepord zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangepord worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangepord zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangepord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangepord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangepord voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangepord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangepord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangepord voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangepord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangepord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangepord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangepord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangepord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangepord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangepord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangepord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangepord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangepord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangepord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
por aan gebiedende wijs
porde aan verleden tijd
te hebben aangepord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanporren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangepord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangepord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangepord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangepord voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangepord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangepord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangepord voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangepord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangepord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangepord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangepord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangepord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangepord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangepord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangepord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangepord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangepord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangepord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangepord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangepord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangepord hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangepord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangepord hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangepord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangepord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangepord zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangepord zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanporren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanporren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanporren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanporren bijzin, toekomende tijd
zijn aangepord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangepord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangepord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangepord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangepord hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangepord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangepord hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangepord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangepord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangepord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangepord zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangepord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangepord zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanporren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanporren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanporren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanporren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanporren aan zou(dt) porren bijzin, voorwaardelijk
zouden aangepord hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangepord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangepord hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangepord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangepord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangepord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangepord zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangepord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangepord zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanporren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanporren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanporren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanporren bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangepord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangepord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangepord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanporren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanporren bijzin, voorwaardelijk
zullen aangepord hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangepord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangepord hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangepord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangepord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangepord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangepord zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangepord zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangepord zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanporren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanporren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanporren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanporren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanporren bijzin, toekomende tijd
zult aangepord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en porren ww

Woordfamilie van aanporren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangepord voltooid deelwoord aanporren
aangeporde woordvorm aanporren
aanpor subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanporren
aanporde subordinate-clause, verleden tijd aanporren
aanporden subordinate-clause, verleden tijd aanporren
aanporre with-subordinate-clause aanporren
aanporrend onvoltooid deelwoord aanporren
aanporrende woordvorm aanporren
aanport subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanporren
por aan gebiedende wijs aanporren
porde aan verleden tijd aanporren
porden aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanporren
porre aan woordvorm aanporren
porren aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanporren
port aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanporren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanporren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aanporren

Hoe spreek je aanporren uit?
De uitspraak van aanporren is: /ˈampɔrə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent aanporren?
Aanporren is een werkwoord. Het woord betekent: aansporen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je aanporren?
Je vervoegt aanporren als volgt: het voltooid deelwoord is aangepord. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanporren is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. P 3
  5. O 1
  6. R 2
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanporren levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. P 4
  5. O 1
  6. R 2
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 zonder bonus
  11. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanporren in het kort

aanporren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van aanporren zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aanporren bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aanporren: aansporen
Deel aanporren — standaardnederlands.nl