aankoop
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈaŋkopBetekenis
- datgene wat men aankoopt
- de daad van het aankopen
- aankopen
Hoe spreek je aankoop uit?
/ˈaŋkop/
Aankoop bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| o | boot |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aankoopje | verkleinwoord, enkelvoud |
| aankoopjes | verkleinwoord, meervoud |
| aankopen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aankopen
Vervoeging van aankoop
aankoophele werkwoord
Herkomst
Naamwoord van handeling van aankopen
Woordfamilie van aankoop
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aankoopje | verkleinwoord | aankoop |
| aankoopjes | verkleinwoord meervoud | aankoop |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aankoop zijn vastgelegd.