Naar de inhoud

aankopen

door kopen verwerven

aankopen is meer dan één woord

aankopen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈaŋkopə(n)

Betekenis

  1. door kopen verwerven

Hoe spreek je aankopen uit?

/ˈaŋkopən/

Aankopen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈaŋkopən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
ŋ ding
k kat
o boot
p pak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aankopen

aankopenhele werkwoord — kocht aanverleden tijd enkelvoud — kochten aanverleden tijd meervoud — aangekochtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik koop aan kocht aan
jij koopt aan kocht aan
hij, zij, het koopt aan kocht aan
wij kopen aan kochten aan
jullie kopen aan kochten aan
zij kopen aan kochten aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te kopen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen kopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal kopen bijzin, toekomende tijd
aan zou kopen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden kopen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt kopen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen kopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen kopen bijzin, toekomende tijd
aan zult kopen bijzin, toekomende tijd
aangekocht verleden tijd, deelwoord
aangekocht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangekocht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangekocht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangekocht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangekocht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangekocht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangekocht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangekocht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangekocht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangekocht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aankocht bijzin, verleden tijd
aankochten bijzin, verleden tijd
aankoop bijzin, tegenwoordige tijd
aankoopt bijzin, tegenwoordige tijd
aankopend onvoltooid, deelwoord
ben aangekocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangekocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangekocht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangekocht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangekocht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangekocht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangekocht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangekocht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangekocht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangekocht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangekocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangekocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangekocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangekocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangekocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangekocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangekocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangekocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangekocht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangekocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangekocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangekocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangekocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangekocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangekocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangekocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangekocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kocht aan verleden tijd
koop aan gebiedende wijs
te hebben aangekocht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aankopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangekocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangekocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangekocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangekocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangekocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangekocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangekocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangekocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangekocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangekocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangekocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangekocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangekocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangekocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangekocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangekocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangekocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangekocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangekocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangekocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangekocht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangekocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangekocht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangekocht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangekocht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangekocht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangekocht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aankopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aankopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aankopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aankopen bijzin, toekomende tijd
zijn aangekocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangekocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangekocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangekocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangekocht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangekocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangekocht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangekocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangekocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangekocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangekocht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangekocht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangekocht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aankopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aankopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aankopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aankopen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aankopen aan zou(dt) kopen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangekocht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangekocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangekocht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangekocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangekocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangekocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangekocht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangekocht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangekocht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aankopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aankopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aankopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aankopen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangekocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangekocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangekocht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aankopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aankopen bijzin, voorwaardelijk
zullen aangekocht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangekocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangekocht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangekocht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangekocht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangekocht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangekocht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangekocht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangekocht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aankopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aankopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aankopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aankopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aankopen bijzin, toekomende tijd
zult aangekocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord aankoop

Herkomst

samenstelling van aan vz en kopen ww

Woordfamilie van aankopen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangekocht voltooid deelwoord aankopen
aangekochte woordvorm aankopen
aankocht subordinate-clause, verleden tijd aankopen
aankochten subordinate-clause, verleden tijd aankopen
aankoopt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aankopen
aankope with-subordinate-clause aankopen
aankopend onvoltooid deelwoord aankopen
aankopende woordvorm aankopen
kocht aan verleden tijd aankopen
kochten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aankopen
koop aan gebiedende wijs aankopen
koopt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aankopen
kope aan woordvorm aankopen
kopen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aankopen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aankopen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aankopen

Hoe spreek je aankopen uit?
De uitspraak van aankopen is: /ˈaŋkopə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent aankopen?
Aankopen is een werkwoord. Het woord betekent: door kopen verwerven.
Hoe vervoeg je aankopen?
Je vervoegt aankopen als volgt: het voltooid deelwoord is aangekocht. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aankopen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. K 3
  5. O 1
  6. P 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aankopen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. K 3
  5. O 1
  6. P 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aankopen in het kort

aankopen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van aankopen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aankopen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aankopen: door kopen verwerven
Deel aankopen — standaardnederlands.nl