inkoop
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ɪnkop/Betekenis
- aanschaf van goederen
- gekochte goederen (alleen meervoud)
Hoe spreek je inkoop uit?
/ɪnkop/
Inkoop bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| n | nek |
| k | kat |
| o | boot |
| p | pak |
zelfstandig naamwoord — masculine
- gekochte goederen plural-only
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| inkoopje | verkleinwoord, enkelvoud |
| inkoopjes | verkleinwoord, meervoud |
| inkopen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van inkopen
Vervoeging van inkoop
inkoophele werkwoord
Herkomst
van Middelnederlands incoop, naamwoord van handeling van inkopen ww
Woordfamilie van inkoop
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| inkoopje | verkleinwoord | inkoop |
| inkoopjes | verkleinwoord meervoud | inkoop |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inkoop zijn vastgelegd.